SAMENVATTING · 9 onderdelen · verbintenissenrecht

Verbintenissenrecht — volledige samenvatting

Inleiding recht, ongeldigheid, totstandkoming overeenkomst, vertegenwoordiging & volmacht, tekortkoming & nakoming, opschorting, schadevergoeding, ontbinding en onrechtmatige daad.

WEEK 1

Inleiding in het recht

Wat is recht?

Recht = het geheel van gedragsregels dat door de overheid is gemaakt om de samenleving rechtvaardig te ordenen. Eigenrichting (zelf voor rechter spelen) is niet toegestaan — de overheid stelt vast wat in het concrete geval recht is.

Rechtsbronnen

Ons recht ontstaat uit vier rechtsbronnen:

Hoe verwijs je naar een wetsartikel? Altijd in volgorde: Boek → art. → lid → sub → afkorting wet.
Voorbeeld: art. 7:617 lid 1 sub b BW

Dwingend vs. regelend recht
TypeKenmerkenSignaalwoorden
Dwingend rechtPartijen mogen hier niet van afwijken, ook niet als ze dat allebei willen. Geldt ter bescherming van de zwakkere partij of het algemeen belang.'nietig', 'vernietigbaar', 'kan niet anders zijn dan', 'mag niet afgeweken worden'
Regelend (aanvullend) rechtGeldt alleen als partijen niets anders hebben afgesproken. Ze mogen er bij overeenkomst van afwijken.Geen specifieke signaalwoorden; afwijking is mogelijk bij afspraak
Privaatrecht vs. publiekrecht
AspectPrivaatrechtPubliekrecht
PartijenTwee of meer burgers/bedrijven onderlingOverheid versus burger
DoelRegelen van private verhoudingen (eigendom, contracten, aansprakelijkheid)Regelen van publieke verhoudingen (bestuursrecht, strafrecht)
VoorbeeldenBW (Burgerlijk Wetboek), koop, huur, arbeidsrechtGrondwet, AWB, WvSr (strafrecht)
Verbintenis (art. 6:1 BW)
Verbintenis = een rechtsverhouding waarbij de ene partij (schuldenaar) verplicht is tot een prestatie jegens de andere partij (schuldeiser), en de schuldeiser die prestatie kan vorderen.

Verbintenissen ontstaan alleen als de wet dat bepaalt (art. 6:1 BW): uit een overeenkomst of rechtstreeks uit de wet (onrechtmatige daad, zaakwaarneming, onverschuldigde betaling, ongerechtvaardigde verrijking).
Rechtshandeling

Een rechtshandeling is een handeling die wordt verricht met de bedoeling om een rechtsgevolg in het leven te roepen (art. 3:33 BW). Vereiste: de wil moet overeenstemmen met de verklaring.

WEEK 2–3

Ongeldigheid van de rechtshandeling

Nietig (art. 3:40 BW e.a.)

De rechtshandeling heeft nooit bestaan. Geen actie nodig — werkt van rechtswege. Iedereen kan een beroep op nietigheid doen.

Vernietigbaar (art. 3:34, 3:44, 6:228 BW e.a.)

De rechtshandeling is geldig, totdat zij vernietigd wordt. Actie vereist door de beschermde partij. Gevolg: terugwerkende kracht.

Overzicht: vier gronden voor ongeldigheid (acht vormen): wilsontbreken, strijd met wet/openbare orde/goede zeden, wilsgebreken en handelingsonbekwaamheid
GrondWetsartikelTypeKern
Vergissing (wil ≠ verklaring)art. 3:33 BWNietigMaar: gerechtvaardigd vertrouwen van wederpartij maakt rechtshandeling toch geldig (art. 3:35 BW)
Geestelijke stoornisart. 3:34 BWVernietigbaar (eenzijdig ongericht: nietig)Stoornis moet bestaan ten tijde van de rechtshandeling
Strijd met wet / openbare orde / goede zedenart. 3:40 BWNietig (of vernietigbaar)Strijd met een dwingende wetsbepaling: nietig, tenzij de bepaling alleen één partij beschermt (dan vernietigbaar). Strijd met openbare orde of goede zeden: nietig.
Bedreigingart. 3:44 lid 2 BWVernietigbaarVijf elementen vereist (zie stappenplan)
Bedrogart. 3:44 lid 3 BWVernietigbaarDrie elementen vereist (zie stappenplan)
Misbruik van omstandighedenart. 3:44 lid 4 BWVernietigbaarDrie elementen vereist (zie stappenplan)
Dwalingart. 6:228 BWVernietigbaarAlleen bij overeenkomsten. Drie eisen + één van drie situaties
Handelingsonbekwaamheidart. 3:32 BWVernietigbaar (eenzijdig ongericht: nietig)Bijv. minderjarigen, onder curatele gestelden
Stappenplan: vergissing (art. 3:33 + 3:35 BW)
Vergissing — Wilsontbreken
1
Komen wil en verklaring overeen? → Ja: geldige rechtshandeling art. 3:33 BW
2
Nee: is er sprake van een vergissing, verspreking of verschrijving? → In beginsel nietige rechtshandeling
3
Mocht de wederpartij redelijkerwijs vertrouwen op de verklaring? art. 3:35 BW (wilsvertrouwensleer)
• Ja → rechtshandeling is tóch geldig
• Nee → rechtshandeling is nietig
Stappenplan: geestelijke stoornis (art. 3:34 BW)
Geestelijke stoornis — Wilsontbreken
1
Is er sprake van geestelijke stoornis bij het verrichten van de rechtshandeling?
2
Is de rechtshandeling eenzijdig ongericht (bijv. testament)? → Zo ja: nietig art. 3:34 lid 2 BW
3
Is de rechtshandeling gericht op een wederpartij? → Vernietigbaar, tenzij gerechtvaardigd vertrouwen art. 3:35 BW
4
Mocht de wederpartij redelijkerwijs vertrouwen op de verklaring?
• Ja → rechtshandeling is geldig
• Nee → rechtshandeling is vernietigbaar
Stappenplan: bedreiging (art. 3:44 lid 2 BW)
Bedreiging — Wilsgebrek → Vernietigbaar
Alle vijf elementen moeten aanwezig zijn:
1
Opzet (oogmerk) — de bedreigende partij deed dit bewust
2
Onrechtmatige bedreiging — bijv. dreigen met aangifte om een bepaald doel te bereiken
3
Zodanig dat een redelijk oordelend mens wordt beïnvloed — objectieve toets art. 3:44 lid 2 zin 2 BW
4
Met enig nadeel in persoon of goed — bedreiging met materieel of immaterieel nadeel
5
Causaal verband — de bedreiging heeft de rechtshandeling veroorzaakt
Stappenplan: bedrog (art. 3:44 lid 3 BW)
Bedrog — Wilsgebrek → Vernietigbaar
Alle drie elementen moeten aanwezig zijn:
1
Opzet (oogmerk) — de partij deed dit bewust om de ander te misleiden
2
Onjuiste mededeling, zwijgen of andere kunstgreep — bijv. terugdraaien kilometerteller, andere identiteit aannemen
3
Causaal verband — de kunstgreep heeft de rechtshandeling veroorzaakt
Let op! Algemene aanprijzingen ('uniek', 'prachtig', 'bijzonder') zijn géén bedrog.
Stappenplan: misbruik van omstandigheden (art. 3:44 lid 4 BW)
Misbruik van omstandigheden — Wilsgebrek → Vernietigbaar
Alle drie elementen moeten aanwezig zijn:
1
Bijzondere omstandigheid — bijv. onervarenheid, noodtoestand, ondeskundigheid, afhankelijkheid
2
Misbruik: kenbaarheid + bevorderen — de wederpartij wist van de omstandigheid én heeft die benut
3
Causaal verband — het misbruik heeft de rechtshandeling veroorzaakt
Stappenplan: dwaling (art. 6:228 BW)
Dwaling — Wilsgebrek → Vernietigbaar (alleen bij overeenkomsten!)
1
Onjuiste voorstelling van zaken — de partij had een verkeerd beeld van de werkelijkheid
2
Causaal verband — bij juiste voorstelling zou de overeenkomst niet (of anders) gesloten zijn
3
Én één van de drie situaties art. 6:228 lid 1 BW:
a. Inlichting van de wederpartij
b. Ongeoorloofd zwijgen van de wederpartij
c. Wederzijdse dwaling
Uitzondering art. 6:228 lid 2 BW: dwaling is uitgesloten bij uitsluitend toekomstige omstandigheid, aard van de overeenkomst of verkeersopvattingen. Let op! Art. 3:35 BW (gerechtvaardigd vertrouwen) geldt NIET bij wilsgebreken.
WEEK 3

Totstandkoming van de overeenkomst

Een overeenkomst komt tot stand door een overeenstemmend aanbod en een aanvaarding (art. 6:217 BW). De overeenkomst is geldig als aan vijf voorwaarden is voldaan: aanbod, aanvaarding, wilsovereenstemming, handelingsbekwaamheid en geen strijd met wet of goede zeden.
Stappenplan: totstandkoming overeenkomst
Totstandkoming — art. 6:217–6:225 BW
1
Is er een aanbod? art. 6:219 en 6:227 BW
• Voldoende bepaald? art. 6:227 BW
• Herroepelijk, onherroepelijk of vrijblijvend? art. 6:219 BW
• Geldigheidsduur: mondeling → direct; schriftelijk → redelijke termijn art. 6:221 BW
• Of is het slechts een uitnodiging tot het doen van een aanbod? (bijv. advertentie voor unieke zaak)
2
Is er een aanvaarding? art. 6:225 BW
• Stemt de aanvaarding overeen met het aanbod?
• Nee → verwerping + nieuw (tegen)aanbod art. 6:225 lid 1 BW
• Tenzij: afwijking op ondergeschikte punten art. 6:225 lid 2 BW
3
Wanneer heeft de rechtshandeling effect? → Ontvangsttheorie: moment van ontvangst art. 3:37 lid 3 BW
4
Is de overeenkomst vormvrij of is er een vormvereiste? art. 6:226 BW (bijv. koop woning = schriftelijk)
5
Is de overeenkomst voldoende bepaalbaar? art. 6:227 BW
Soorten overeenkomsten
TypeOmschrijving
KoopovereenkomstLevering van goederen tegen betaling
AannemingsovereenkomstUitvoering van een werk (bouw, renovatie)
DienstverleningsovereenkomstLevering van een dienst (catering, schoonmaak)
HuurovereenkomstGebruik van een zaak voor bepaalde/onbepaalde tijd
ArbeidsovereenkomstArbeid tegen loon in gezagsverhouding
Algemene voorwaarden
WEEK 4

Vertegenwoordiging & Volmacht

Volmacht = een bevoegdheid die een gevolmachtigde van de volmachtgever heeft gekregen om rechtshandelingen te verrichten die de volmachtgever direct binden art. 3:60 BW.
Soorten volmacht
TypeReikwijdteWetsartikel
Algemene volmachtAlle rechtshandelingen die de volmachtgever zelf ook mag verrichtenart. 3:62 lid 1 BW
Bijzondere volmachtBeperkt tot specifiek genoemde rechtshandelingen of een bepaald doelart. 3:62 lid 2 BW
Stappenplan: beoordeling volmacht
Volmacht — art. 3:60–3:72 BW
1
Is er een volmacht verleend? art. 3:60 lid 1 BW — mondeling, schriftelijk of stilzwijgend art. 3:61 lid 1 BW
2
Wat is de reikwijdte? Algemeen of bijzonder art. 3:62 BW
3
Valt de rechtshandeling binnen de reikwijdte?
• Ja → bevoegde vertegenwoordiging: treffen de volmachtgever art. 3:66 lid 1 BW
• Nee → onbevoegde vertegenwoordiging: treffen de volmachtgever NIET
4
Bij onbevoegde vertegenwoordiging: uitzonderingen?
• Schijn van volmachtverlening art. 3:61 lid 2 BW → tóch overeenkomst
• Bekrachtiging door volmachtgever achteraf art. 3:69 lid 1 BW → tóch overeenkomst
• Geen uitzondering → gevolmachtigde moet instaan voor de volmacht art. 3:70 BW
WEEK 4–6

Tekortkoming in de nakoming — overzicht

Tijdig klagen! art. 6:89 BW — klacht bij de schuldenaar over een gebrek moet tijdig worden gedaan. Wie niet tijdig klaagt, verliest zijn rechten.

Bij een tekortkoming (geheel niet, gedeeltelijk, te laat of onbehoorlijk nakomen) zijn vier acties mogelijk:

#ActieWetsartikelToerekenbaarheid vereist?
1Nakomingart. 3:296 BWNee
2Opschortingart. 6:52 BW e.v.Nee
3Schadevergoeding wegens wanprestatieart. 6:74 BWJa
4Ontbindingart. 6:265 BWNee
Stappenplan: nakoming (art. 3:296 BW)
Nakoming — drie cumulatieve voorwaarden
1
Vordering is opeisbaar — zonder termijn: terstond art. 6:38 BW; met termijn: na verstrijken art. 6:39 BW
2
Er is een tekortkoming in de nakoming — geheel niet, te laat, gebrekkig of ondeugdelijk
3
Nakoming is niet blijvend onmogelijk — nakoming moet (eventueel op termijn) nog mogelijk zijn
Eerder nakoming vorderen kan ook art. 6:80 BW: als vaststaat dat nakoming onmogelijk wordt, bij mededeling schuldenaar, of bij redelijke grond + aanmaning.
WEEK 5

Opschorting

Opschorting = het tijdelijk weigeren van de eigen prestatie totdat de wederpartij haar verplichtingen nakomt. Het is een drukmiddel, geen definitieve beëindiging.
Stappenplan: opschorting (art. 6:52 BW)
Opschorting — vier cumulatieve voorwaarden
1
Vordering is opeisbaar art. 6:38 en 6:39 BW — tenzij art. 6:80 BW van toepassing
2
Connexiteit (samenhang) — voldoende samenhang tussen de vordering en de op te schorten verbintenis art. 6:52 lid 1 BW; bijv. zelfde rechtsverhouding of regelmatig zaken gedaan
3
Proportionaliteit — opschorting moet evenredig zijn aan de vordering art. 6:262 lid 2 BW
4
Nakoming is niet blijvend onmogelijk
Tip: informeer de wederpartij altijd vooraf over de opschorting en de reden — soms vereist op grond van redelijkheid en billijkheid.

Einde opschortingsrecht:

Verwante rechten: retentierecht art. 3:290 BW (zaak onder zich houden), exceptio non adimpleti contractus art. 6:262 BW (wederkerige overeenkomst), onzekerheidsexceptie art. 6:263 BW.

WEEK 5–6

Schadevergoeding wegens wanprestatie

Stappenplan: schadevergoeding (art. 6:74 BW)
Schadevergoeding — vijf cumulatieve vereisten
1
Tekortkoming — opeisbaar art. 6:38/6:39 BW én geheel niet, te laat of gebrekkig nakomen
2
Toerekenbaarheid — schuld, of toerekening op grond van wet/rechtshandeling/verkeersopvattingen art. 6:75 BW
• Overmacht = niet toerekenbaar art. 6:75 BW
• Hulppersonen art. 6:76 BW, Zaken art. 6:77 BW
3
Schade
• Vermogensschade: geleden verlies + gederfde winst art. 6:96 BW
• Immaterieel nadeel: smartengeld art. 6:106 BW
4
Causaal verband — condicio sine qua non (csqn): zou de schade ook geleden zijn zonder de tekortkoming? + toerekening naar redelijkheid art. 6:98 BW
5
Verzuim of blijvende onmogelijkheid art. 6:74 lid 2 BW — verzuim is nodig, tenzij nakoming blijvend onmogelijk is
Verzuim — wanneer treedt het in?
Wijze van verzuimWetsartikel
Schriftelijke ingebrekestelling met redelijke termijnart. 6:82 lid 1 BW
Aansprakelijkstelling bij tijdelijke onmogelijkheid of onwilligheidart. 6:82 lid 2 BW
Van rechtswege (automatisch) — afgesproken termijn verstreken; schadevergoeding o.g.v. OD; mededeling schuldenaarart. 6:83 BW
Ingebrekestelling — hoe werkt het in de praktijk?

De ingebrekestelling is een schriftelijke aanmaning waarin de schuldeiser de schuldenaar een laatste redelijke termijn geeft om alsnog na te komen. Pas als die termijn verstrijkt, ontstaat verzuim en daarmee de mogelijkheid om schadevergoeding te eisen of (onder voorwaarden) te ontbinden.

Overmacht en force majeure-clausules

Wettelijk is overmacht een tekortkoming die niet aan de schuldenaar is toe te rekenen (art. 6:75 BW). De rechter kijkt naar wet, rechtshandeling en verkeersopvattingen. Bedrijven leggen dit vaak preciezer vast in een contractuele force majeure-clausule, juist omdat de wettelijke uitleg ruimte voor discussie laat.

Soorten schadevergoeding
SoortVerzuim vereist?Toelichting
VertragingsschadeJa, alleen vanaf verzuimSchade door te late nakoming art. 6:85 BW
GevolgschadeNeeSchade die verder strekt dan de vertraging
Vervangende schadevergoedingJaWaarde van de prestatie in geld. Vervangt de nakoming zelf.
WEEK 6

Ontbinding

Stappenplan: ontbinding (art. 6:265 BW)
Ontbinding — vier cumulatieve vereisten
1
Wederkerige overeenkomst — twee tegenover elkaar staande verbintenissen
2
Tekortkoming in de nakoming — opeisbaar én geheel niet, te laat, gebrekkig of ondeugdelijk
3
Verzuim of blijvende/tijdelijke onmogelijkheid — zelfde als bij schadevergoeding art. 6:82/6:83 BW. Toerekenbaarheid is hier NIET vereist!
4
Tekortkoming rechtvaardigt de ontbinding art. 6:265 lid 1 BW — een kleine tekortkoming kan mogelijk geen volledige ontbinding rechtvaardigen
Belangrijk verschil met schadevergoeding: bij ontbinding speelt toerekenbaarheid/overmacht GEEN rol. Bij schadevergoeding is toerekenbaarheid wél vereist art. 6:74/6:75 BW.
Wijze van ontbinding
Gevolgen ontbinding
Toegestane combinaties van acties bij wanprestatie
CombinatieToegestaan?
Nakoming + gevolg- en vertragingsschade✓ Ja
Nakoming + opschorting + gevolg- en vertragingsschade✓ Ja
Opschorting + gevolg- en vertragingsschade✓ Ja
Ontbinding + gevolg- en vertragingsschade✓ Ja
Vervangende schadevergoeding + gevolg- en vertragingsschade✓ Ja
Ontbinding + vervangende schadevergoeding✗ Nee — vervangende schadevergoeding vervangt de nakoming; ontbinding beëindigt de overeenkomst
WEEK 6

Onrechtmatige daad

Onrechtmatige daad (art. 6:162 BW) = een buitencontractuele grondslag voor aansprakelijkheid. Anders dan bij wanprestatie is er géén overeenkomst tussen partijen nodig: iedereen die onrechtmatig schade veroorzaakt aan een ander kan tot vergoeding worden aangesproken.
Verschil met wanprestatie: wanprestatie (art. 6:74 BW) speelt binnen een bestaande overeenkomst — onrechtmatige daad daarbuiten. Bij samenloop kan de benadeelde kiezen, tenzij de wet of overeenkomst dat uitsluit.
Stappenplan: onrechtmatige daad (art. 6:162 BW)
Onrechtmatige daad — vijf cumulatieve vereisten
1
Onrechtmatige gedraging art. 6:162 lid 2 BW — drie categorieën: (a) inbreuk op een recht, (b) doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht, (c) doen of nalaten in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid (ongeschreven recht)
2
Toerekenbaarheid art. 6:162 lid 3 BW — de daad is toe te rekenen op grond van: schuld (verwijtbaarheid) of een wettelijke oorzaak (bijv. risicoaansprakelijkheid) of de verkeersopvattingen
3
Schade art. 6:95 BW — vermogensschade (geleden verlies + gederfde winst) en/of immaterieel nadeel (smartengeld, art. 6:106 BW)
4
Causaal verband art. 6:98 BW — condicio sine qua non: zonder de gedraging géén schade. Plus toerekening naar redelijkheid: schade moet in zodanig verband staan met de daad dat zij als gevolg kan worden toegerekend
5
Relativiteit art. 6:163 BW — de geschonden norm moet strekken tot bescherming tegen de geleden schade van deze persoon. Niet elke wetsovertreding levert dus aansprakelijkheid op tegenover iedereen.
Rechtvaardigingsgronden

Een gedraging die normaal onrechtmatig zou zijn, kan toch rechtmatig zijn als er een rechtvaardigingsgrond is. De bewijslast rust op degene die zich erop beroept.

Bijzondere aansprakelijkheden — risicoaansprakelijkheid

In een aantal situaties hoeft schuld niet bewezen te worden. De wet legt de aansprakelijkheid bij een specifieke partij, ongeacht verwijtbaarheid.

SoortWetsartikelToelichting
Aansprakelijkheid voor kinderen onder 14art. 6:169 lid 1 BWOuders/voogd zijn aansprakelijk voor schade door doen of nalaten van het kind
Aansprakelijkheid werkgever voor ondergeschikteart. 6:170 BWWerkgever is aansprakelijk voor fouten van werknemers in functie-uitoefening
Aansprakelijkheid voor hulppersonenart. 6:171 BWOpdrachtgever aansprakelijk voor zelfstandig ingeschakelde hulppersoon (bedrijfsmatig)
Aansprakelijkheid bezitter dierart. 6:179 BWBezitter is aansprakelijk voor schade door eigen energie van het dier
Aansprakelijkheid bezitter opstalart. 6:174 BWBezitter aansprakelijk voor gebrekkige toestand van gebouw of werk
Productaansprakelijkheidart. 6:185 e.v. BWProducent aansprakelijk voor gebrekkig product, ook zonder schuld
Wanprestatie versus onrechtmatige daad — vergelijking
AspectWanprestatie (6:74 BW)Onrechtmatige daad (6:162 BW)
GrondslagBestaande overeenkomstBuitencontractueel — geen overeenkomst nodig
Verzuim vereist?Ja, behalve bij blijvende onmogelijkheidNee
ToerekenbaarheidVereist (schuld, wet, verkeersopvattingen)Vereist (schuld, wet, verkeersopvattingen)
VerjaringNakoming: 5 jaar na opeisbaarheid (art. 3:307 BW). Schadevergoeding: 5 jaar na bekendheid met schade en aansprakelijke, max. 20 jaar (art. 3:310 BW). Ontbinding: 5 jaar na ontdekking tekortkoming.5 jaar na bekendheid schade + dader, max. 20 jaar (art. 3:310 BW)
RelativiteitNiet apart vereistWél apart vereist (art. 6:163 BW)
Belang voor facilitair management

Onrechtmatige daad is praktisch relevant voor de FM'er bij situaties zoals: een bezoeker die uitglijdt op een net gedweilde gang zonder waarschuwingsbord (zorgvuldigheidsnorm), schade aan een huurauto door een ondergeschikte (art. 6:170 BW), een gebrekkig gebouw waardoor letsel ontstaat (art. 6:174 BW) of een datalek waarbij persoonsgegevens uitlekken zonder dat er een contract met de betrokkene bestond. Goede risico-inventarisatie en aansprakelijkheidsverzekeringen (zoals de AVB, de aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven) zijn standaard in het FM-werkveld.