Recht = het geheel van gedragsregels dat door de overheid is gemaakt om de samenleving rechtvaardig te ordenen. Eigenrichting (zelf voor rechter spelen) is niet toegestaan — de overheid stelt vast wat in het concrete geval recht is.
Rechtsbronnen
Ons recht ontstaat uit vier rechtsbronnen:
Wetten — vastgesteld door de wetgever (rijkswetten, AMvB's, ministeriële regelingen, gemeentelijke verordeningen)
Verdragen — internationale afspraken tussen staten; werken door in het nationale recht
Jurisprudentie — rechterlijke uitspraken die als richtlijn dienen bij toekomstige zaken
Gewoonte — ongeschreven regels die door herhaalde toepassing rechtskracht hebben gekregen
Hoe verwijs je naar een wetsartikel? Altijd in volgorde: Boek → art. → lid → sub → afkorting wet.
Voorbeeld: art. 7:617 lid 1 sub b BW
Dwingend vs. regelend recht
Type
Kenmerken
Signaalwoorden
Dwingend recht
Partijen mogen hier niet van afwijken, ook niet als ze dat allebei willen. Geldt ter bescherming van de zwakkere partij of het algemeen belang.
'nietig', 'vernietigbaar', 'kan niet anders zijn dan', 'mag niet afgeweken worden'
Regelend (aanvullend) recht
Geldt alleen als partijen niets anders hebben afgesproken. Ze mogen er bij overeenkomst van afwijken.
Geen specifieke signaalwoorden; afwijking is mogelijk bij afspraak
Privaatrecht vs. publiekrecht
Aspect
Privaatrecht
Publiekrecht
Partijen
Twee of meer burgers/bedrijven onderling
Overheid versus burger
Doel
Regelen van private verhoudingen (eigendom, contracten, aansprakelijkheid)
Regelen van publieke verhoudingen (bestuursrecht, strafrecht)
Voorbeelden
BW (Burgerlijk Wetboek), koop, huur, arbeidsrecht
Grondwet, AWB, WvSr (strafrecht)
Verbintenis (art. 6:1 BW)
Verbintenis = een rechtsverhouding waarbij de ene partij (schuldenaar) verplicht is tot een prestatie jegens de andere partij (schuldeiser), en de schuldeiser die prestatie kan vorderen.
Verbintenissen ontstaan alleen als de wet dat bepaalt (art. 6:1 BW): uit een overeenkomst of rechtstreeks uit de wet (onrechtmatige daad, zaakwaarneming, onverschuldigde betaling, ongerechtvaardigde verrijking).
Rechtshandeling
Een rechtshandeling is een handeling die wordt verricht met de bedoeling om een rechtsgevolg in het leven te roepen (art. 3:33 BW). Vereiste: de wil moet overeenstemmen met de verklaring.
WEEK 2–3
Ongeldigheid van de rechtshandeling
Nietig (art. 3:40 BW e.a.)
De rechtshandeling heeft nooit bestaan. Geen actie nodig — werkt van rechtswege. Iedereen kan een beroep op nietigheid doen.
Vernietigbaar (art. 3:34, 3:44, 6:228 BW e.a.)
De rechtshandeling is geldig, totdat zij vernietigd wordt. Actie vereist door de beschermde partij. Gevolg: terugwerkende kracht.
Overzicht: vier gronden voor ongeldigheid (acht vormen): wilsontbreken, strijd met wet/openbare orde/goede zeden, wilsgebreken en handelingsonbekwaamheid
Grond
Wetsartikel
Type
Kern
Vergissing (wil ≠ verklaring)
art. 3:33 BW
Nietig
Maar: gerechtvaardigd vertrouwen van wederpartij maakt rechtshandeling toch geldig (art. 3:35 BW)
Geestelijke stoornis
art. 3:34 BW
Vernietigbaar (eenzijdig ongericht: nietig)
Stoornis moet bestaan ten tijde van de rechtshandeling
Strijd met wet / openbare orde / goede zeden
art. 3:40 BW
Nietig (of vernietigbaar)
Strijd met een dwingende wetsbepaling: nietig, tenzij de bepaling alleen één partij beschermt (dan vernietigbaar). Strijd met openbare orde of goede zeden: nietig.
Bedreiging
art. 3:44 lid 2 BW
Vernietigbaar
Vijf elementen vereist (zie stappenplan)
Bedrog
art. 3:44 lid 3 BW
Vernietigbaar
Drie elementen vereist (zie stappenplan)
Misbruik van omstandigheden
art. 3:44 lid 4 BW
Vernietigbaar
Drie elementen vereist (zie stappenplan)
Dwaling
art. 6:228 BW
Vernietigbaar
Alleen bij overeenkomsten. Drie eisen + één van drie situaties
Handelingsonbekwaamheid
art. 3:32 BW
Vernietigbaar (eenzijdig ongericht: nietig)
Bijv. minderjarigen, onder curatele gestelden
Stappenplan: vergissing (art. 3:33 + 3:35 BW)
Vergissing — Wilsontbreken
1
Komen wil en verklaring overeen? → Ja: geldige rechtshandeling art. 3:33 BW
2
Nee: is er sprake van een vergissing, verspreking of verschrijving? → In beginsel nietige rechtshandeling
3
Mocht de wederpartij redelijkerwijs vertrouwen op de verklaring? art. 3:35 BW (wilsvertrouwensleer) • Ja → rechtshandeling is tóch geldig • Nee → rechtshandeling is nietig
Stappenplan: geestelijke stoornis (art. 3:34 BW)
Geestelijke stoornis — Wilsontbreken
1
Is er sprake van geestelijke stoornis bij het verrichten van de rechtshandeling?
2
Is de rechtshandeling eenzijdig ongericht (bijv. testament)? → Zo ja: nietigart. 3:34 lid 2 BW
3
Is de rechtshandeling gericht op een wederpartij? → Vernietigbaar, tenzij gerechtvaardigd vertrouwen art. 3:35 BW
4
Mocht de wederpartij redelijkerwijs vertrouwen op de verklaring? • Ja → rechtshandeling is geldig • Nee → rechtshandeling is vernietigbaar
Stappenplan: bedreiging (art. 3:44 lid 2 BW)
Bedreiging — Wilsgebrek → Vernietigbaar
Alle vijf elementen moeten aanwezig zijn:
1
Opzet (oogmerk) — de bedreigende partij deed dit bewust
2
Onrechtmatige bedreiging — bijv. dreigen met aangifte om een bepaald doel te bereiken
3
Zodanig dat een redelijk oordelend mens wordt beïnvloed — objectieve toets art. 3:44 lid 2 zin 2 BW
4
Met enig nadeel in persoon of goed — bedreiging met materieel of immaterieel nadeel
5
Causaal verband — de bedreiging heeft de rechtshandeling veroorzaakt
Stappenplan: bedrog (art. 3:44 lid 3 BW)
Bedrog — Wilsgebrek → Vernietigbaar
Alle drie elementen moeten aanwezig zijn:
1
Opzet (oogmerk) — de partij deed dit bewust om de ander te misleiden
2
Onjuiste mededeling, zwijgen of andere kunstgreep — bijv. terugdraaien kilometerteller, andere identiteit aannemen
3
Causaal verband — de kunstgreep heeft de rechtshandeling veroorzaakt
Let op! Algemene aanprijzingen ('uniek', 'prachtig', 'bijzonder') zijn géén bedrog.
Stappenplan: misbruik van omstandigheden (art. 3:44 lid 4 BW)
Misbruik van omstandigheden — Wilsgebrek → Vernietigbaar
Misbruik: kenbaarheid + bevorderen — de wederpartij wist van de omstandigheid én heeft die benut
3
Causaal verband — het misbruik heeft de rechtshandeling veroorzaakt
Stappenplan: dwaling (art. 6:228 BW)
Dwaling — Wilsgebrek → Vernietigbaar (alleen bij overeenkomsten!)
1
Onjuiste voorstelling van zaken — de partij had een verkeerd beeld van de werkelijkheid
2
Causaal verband — bij juiste voorstelling zou de overeenkomst niet (of anders) gesloten zijn
3
Én één van de drie situatiesart. 6:228 lid 1 BW: a. Inlichting van de wederpartij b. Ongeoorloofd zwijgen van de wederpartij c. Wederzijdse dwaling
Uitzonderingart. 6:228 lid 2 BW: dwaling is uitgesloten bij uitsluitend toekomstige omstandigheid, aard van de overeenkomst of verkeersopvattingen. Let op! Art. 3:35 BW (gerechtvaardigd vertrouwen) geldt NIET bij wilsgebreken.
WEEK 3
Totstandkoming van de overeenkomst
Een overeenkomst komt tot stand door een overeenstemmend aanbod en een aanvaarding (art. 6:217 BW). De overeenkomst is geldig als aan vijf voorwaarden is voldaan: aanbod, aanvaarding, wilsovereenstemming, handelingsbekwaamheid en geen strijd met wet of goede zeden.
Stappenplan: totstandkoming overeenkomst
Totstandkoming — art. 6:217–6:225 BW
1
Is er een aanbod?art. 6:219 en 6:227 BW • Voldoende bepaald? art. 6:227 BW • Herroepelijk, onherroepelijk of vrijblijvend? art. 6:219 BW • Geldigheidsduur: mondeling → direct; schriftelijk → redelijke termijn art. 6:221 BW • Of is het slechts een uitnodiging tot het doen van een aanbod? (bijv. advertentie voor unieke zaak)
2
Is er een aanvaarding?art. 6:225 BW • Stemt de aanvaarding overeen met het aanbod? • Nee → verwerping + nieuw (tegen)aanbod art. 6:225 lid 1 BW • Tenzij: afwijking op ondergeschikte punten art. 6:225 lid 2 BW
3
Wanneer heeft de rechtshandeling effect? → Ontvangsttheorie: moment van ontvangst art. 3:37 lid 3 BW
4
Is de overeenkomst vormvrij of is er een vormvereiste?art. 6:226 BW (bijv. koop woning = schriftelijk)
5
Is de overeenkomst voldoende bepaalbaar?art. 6:227 BW
Soorten overeenkomsten
Type
Omschrijving
Koopovereenkomst
Levering van goederen tegen betaling
Aannemingsovereenkomst
Uitvoering van een werk (bouw, renovatie)
Dienstverleningsovereenkomst
Levering van een dienst (catering, schoonmaak)
Huurovereenkomst
Gebruik van een zaak voor bepaalde/onbepaalde tijd
Arbeidsovereenkomst
Arbeid tegen loon in gezagsverhouding
Algemene voorwaarden
Moeten vóór het sluiten van de overeenkomst ter hand gesteld worden — anders: vernietigbaar art. 6:233 BW
Onredelijk bezwarende bedingen kunnen worden vernietigd
B2C: consumenten krijgen meer bescherming dan B2B
Toepasselijkheid moet door beide partijen aanvaard zijn
WEEK 4
Vertegenwoordiging & Volmacht
Volmacht = een bevoegdheid die een gevolmachtigde van de volmachtgever heeft gekregen om rechtshandelingen te verrichten die de volmachtgever direct binden art. 3:60 BW.
Soorten volmacht
Type
Reikwijdte
Wetsartikel
Algemene volmacht
Alle rechtshandelingen die de volmachtgever zelf ook mag verrichten
art. 3:62 lid 1 BW
Bijzondere volmacht
Beperkt tot specifiek genoemde rechtshandelingen of een bepaald doel
art. 3:62 lid 2 BW
Stappenplan: beoordeling volmacht
Volmacht — art. 3:60–3:72 BW
1
Is er een volmacht verleend?art. 3:60 lid 1 BW — mondeling, schriftelijk of stilzwijgend art. 3:61 lid 1 BW
2
Wat is de reikwijdte? Algemeen of bijzonder art. 3:62 BW
3
Valt de rechtshandeling binnen de reikwijdte? • Ja → bevoegde vertegenwoordiging: treffen de volmachtgever art. 3:66 lid 1 BW • Nee → onbevoegde vertegenwoordiging: treffen de volmachtgever NIET
4
Bij onbevoegde vertegenwoordiging: uitzonderingen? • Schijn van volmachtverlening art. 3:61 lid 2 BW → tóch overeenkomst • Bekrachtiging door volmachtgever achteraf art. 3:69 lid 1 BW → tóch overeenkomst • Geen uitzondering → gevolmachtigde moet instaan voor de volmacht art. 3:70 BW
WEEK 4–6
Tekortkoming in de nakoming — overzicht
Tijdig klagen!art. 6:89 BW — klacht bij de schuldenaar over een gebrek moet tijdig worden gedaan. Wie niet tijdig klaagt, verliest zijn rechten.
Bij een tekortkoming (geheel niet, gedeeltelijk, te laat of onbehoorlijk nakomen) zijn vier acties mogelijk:
#
Actie
Wetsartikel
Toerekenbaarheid vereist?
1
Nakoming
art. 3:296 BW
Nee
2
Opschorting
art. 6:52 BW e.v.
Nee
3
Schadevergoeding wegens wanprestatie
art. 6:74 BW
Ja
4
Ontbinding
art. 6:265 BW
Nee
Stappenplan: nakoming (art. 3:296 BW)
Nakoming — drie cumulatieve voorwaarden
1
Vordering is opeisbaar — zonder termijn: terstond art. 6:38 BW; met termijn: na verstrijken art. 6:39 BW
2
Er is een tekortkoming in de nakoming — geheel niet, te laat, gebrekkig of ondeugdelijk
3
Nakoming is niet blijvend onmogelijk — nakoming moet (eventueel op termijn) nog mogelijk zijn
Eerder nakoming vorderen kan ook art. 6:80 BW: als vaststaat dat nakoming onmogelijk wordt, bij mededeling schuldenaar, of bij redelijke grond + aanmaning.
WEEK 5
Opschorting
Opschorting = het tijdelijk weigeren van de eigen prestatie totdat de wederpartij haar verplichtingen nakomt. Het is een drukmiddel, geen definitieve beëindiging.
Stappenplan: opschorting (art. 6:52 BW)
Opschorting — vier cumulatieve voorwaarden
1
Vordering is opeisbaarart. 6:38 en 6:39 BW — tenzij art. 6:80 BW van toepassing
2
Connexiteit (samenhang) — voldoende samenhang tussen de vordering en de op te schorten verbintenis art. 6:52 lid 1 BW; bijv. zelfde rechtsverhouding of regelmatig zaken gedaan
3
Proportionaliteit — opschorting moet evenredig zijn aan de vordering art. 6:262 lid 2 BW
4
Nakoming is niet blijvend onmogelijk
Tip: informeer de wederpartij altijd vooraf over de opschorting en de reden — soms vereist op grond van redelijkheid en billijkheid.
Einde opschortingsrecht:
Schuldeiser komt zijn verbintenis alsnog na art. 6:52 BW
Nakoming door schuldeiser wordt blijvend onmogelijk art. 6:54 BW
Verwante rechten: retentierechtart. 3:290 BW (zaak onder zich houden), exceptio non adimpleti contractusart. 6:262 BW (wederkerige overeenkomst), onzekerheidsexceptieart. 6:263 BW.
WEEK 5–6
Schadevergoeding wegens wanprestatie
Stappenplan: schadevergoeding (art. 6:74 BW)
Schadevergoeding — vijf cumulatieve vereisten
1
Tekortkoming — opeisbaar art. 6:38/6:39 BW én geheel niet, te laat of gebrekkig nakomen
2
Toerekenbaarheid — schuld, of toerekening op grond van wet/rechtshandeling/verkeersopvattingen art. 6:75 BW • Overmacht = niet toerekenbaar art. 6:75 BW • Hulppersonen art. 6:76 BW, Zaken art. 6:77 BW
De ingebrekestelling is een schriftelijke aanmaning waarin de schuldeiser de schuldenaar een laatste redelijke termijn geeft om alsnog na te komen. Pas als die termijn verstrijkt, ontstaat verzuim en daarmee de mogelijkheid om schadevergoeding te eisen of (onder voorwaarden) te ontbinden.
Vorm: schriftelijk. In de praktijk vrijwel altijd per aangetekende brief of e-mail met leesbevestiging — zo kan de schuldeiser de ontvangst bewijzen. Een gewone brief mag, maar dan ligt de bewijslast bij de afzender.
Inhoud: wat is verschuldigd, wat is de tekortkoming, welke termijn krijgt de schuldenaar (redelijk = afhankelijk van aard prestatie, vaak 7–14 dagen) en welk gevolg verbindt de schuldeiser aan niet-nakoming.
Wanneer overslaan? Bij blijvende onmogelijkheid (art. 6:74 lid 2 BW) of in de gevallen van art. 6:83 BW (van rechtswege). Een fatale termijn in het contract maakt de ingebrekestelling overbodig.
Risico bij verkeerd doen: een te korte termijn of onduidelijke aanmaning maakt de ingebrekestelling ongeldig — geen verzuim, geen schadevergoeding.
Overmacht en force majeure-clausules
Wettelijk is overmacht een tekortkoming die niet aan de schuldenaar is toe te rekenen (art. 6:75 BW). De rechter kijkt naar wet, rechtshandeling en verkeersopvattingen. Bedrijven leggen dit vaak preciezer vast in een contractuele force majeure-clausule, juist omdat de wettelijke uitleg ruimte voor discussie laat.
Doel: vooraf vastleggen welke gebeurtenissen als overmacht gelden (oorlog, pandemie, staking, energiecrisis, weersextremen, IT-storing) en welke uitdrukkelijk niet (bijv. bedrijfseconomische tegenslag, valutaschommelingen).
Gevolgen: wat gebeurt er bij overmacht — opschorting, hardship-overleg, verlenging van termijnen of recht op ontbinding zonder schadevergoeding.
Meldingsplicht: de getroffen partij moet binnen een afgesproken termijn (vaak 5–10 werkdagen) melden dat overmacht intreedt en bewijs aanleveren.
Mitigatieplicht: ook bij overmacht moet de partij redelijke inspanning leveren om schade te beperken — bijv. een alternatieve leverancier proberen.
Belang voor FM-inkoop: in cateringcontracten, schoonmaakcontracten en ICT-SLA's voorkomt een goede force majeure-clausule eindeloze discussie tijdens incidenten.
Soorten schadevergoeding
Soort
Verzuim vereist?
Toelichting
Vertragingsschade
Ja, alleen vanaf verzuim
Schade door te late nakoming art. 6:85 BW
Gevolgschade
Nee
Schade die verder strekt dan de vertraging
Vervangende schadevergoeding
Ja
Waarde van de prestatie in geld. Vervangt de nakoming zelf.
WEEK 6
Ontbinding
Stappenplan: ontbinding (art. 6:265 BW)
Ontbinding — vier cumulatieve vereisten
1
Wederkerige overeenkomst — twee tegenover elkaar staande verbintenissen
2
Tekortkoming in de nakoming — opeisbaar én geheel niet, te laat, gebrekkig of ondeugdelijk
3
Verzuim of blijvende/tijdelijke onmogelijkheid — zelfde als bij schadevergoeding art. 6:82/6:83 BW. Toerekenbaarheid is hier NIET vereist!
4
Tekortkoming rechtvaardigt de ontbindingart. 6:265 lid 1 BW — een kleine tekortkoming kan mogelijk geen volledige ontbinding rechtvaardigen
Belangrijk verschil met schadevergoeding: bij ontbinding speelt toerekenbaarheid/overmacht GEEN rol. Bij schadevergoeding is toerekenbaarheid wél vereist art. 6:74/6:75 BW.
Wijze van ontbinding
Buitengerechtelijk — schriftelijke verklaring art. 6:267 lid 1 BW
Gerechtelijk — op vordering bij de rechter art. 6:267 lid 2 BW
Gevolgen ontbinding
Bevrijding van nog niet verrichte prestaties
Ongedaanmakingsverplichting voor al verrichte prestaties
Ongedaanmaking onmogelijk → waardevergoeding art. 6:272 lid 1 BW
Gedeeltelijke ontbinding mogelijk (evenredigheid)
Geen terugwerkende kracht (anders dan bij vernietiging)
Toegestane combinaties van acties bij wanprestatie
Combinatie
Toegestaan?
Nakoming + gevolg- en vertragingsschade
✓ Ja
Nakoming + opschorting + gevolg- en vertragingsschade
✓ Ja
Opschorting + gevolg- en vertragingsschade
✓ Ja
Ontbinding + gevolg- en vertragingsschade
✓ Ja
Vervangende schadevergoeding + gevolg- en vertragingsschade
✓ Ja
Ontbinding + vervangende schadevergoeding
✗ Nee — vervangende schadevergoeding vervangt de nakoming; ontbinding beëindigt de overeenkomst
WEEK 6
Onrechtmatige daad
Onrechtmatige daad (art. 6:162 BW) = een buitencontractuele grondslag voor aansprakelijkheid. Anders dan bij wanprestatie is er géén overeenkomst tussen partijen nodig: iedereen die onrechtmatig schade veroorzaakt aan een ander kan tot vergoeding worden aangesproken.
Verschil met wanprestatie: wanprestatie (art. 6:74 BW) speelt binnen een bestaande overeenkomst — onrechtmatige daad daarbuiten. Bij samenloop kan de benadeelde kiezen, tenzij de wet of overeenkomst dat uitsluit.
Stappenplan: onrechtmatige daad (art. 6:162 BW)
Onrechtmatige daad — vijf cumulatieve vereisten
1
Onrechtmatige gedragingart. 6:162 lid 2 BW — drie categorieën: (a) inbreuk op een recht, (b) doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht, (c) doen of nalaten in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid (ongeschreven recht)
2
Toerekenbaarheidart. 6:162 lid 3 BW — de daad is toe te rekenen op grond van: schuld (verwijtbaarheid) of een wettelijke oorzaak (bijv. risicoaansprakelijkheid) of de verkeersopvattingen
Causaal verbandart. 6:98 BW — condicio sine qua non: zonder de gedraging géén schade. Plus toerekening naar redelijkheid: schade moet in zodanig verband staan met de daad dat zij als gevolg kan worden toegerekend
5
Relativiteitart. 6:163 BW — de geschonden norm moet strekken tot bescherming tegen de geleden schade van deze persoon. Niet elke wetsovertreding levert dus aansprakelijkheid op tegenover iedereen.
Rechtvaardigingsgronden
Een gedraging die normaal onrechtmatig zou zijn, kan toch rechtmatig zijn als er een rechtvaardigingsgrond is. De bewijslast rust op degene die zich erop beroept.
Noodweer — verdediging tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding
Overmacht — een onontkoombare drang of dwang
Wettelijk voorschrift — handelen op grond van de wet (bijv. een politieagent)
Bevoegd gegeven ambtelijk bevel
Toestemming van de benadeelde — bijv. bij sport en spel binnen de regels
In een aantal situaties hoeft schuld niet bewezen te worden. De wet legt de aansprakelijkheid bij een specifieke partij, ongeacht verwijtbaarheid.
Soort
Wetsartikel
Toelichting
Aansprakelijkheid voor kinderen onder 14
art. 6:169 lid 1 BW
Ouders/voogd zijn aansprakelijk voor schade door doen of nalaten van het kind
Aansprakelijkheid werkgever voor ondergeschikte
art. 6:170 BW
Werkgever is aansprakelijk voor fouten van werknemers in functie-uitoefening
Aansprakelijkheid voor hulppersonen
art. 6:171 BW
Opdrachtgever aansprakelijk voor zelfstandig ingeschakelde hulppersoon (bedrijfsmatig)
Aansprakelijkheid bezitter dier
art. 6:179 BW
Bezitter is aansprakelijk voor schade door eigen energie van het dier
Aansprakelijkheid bezitter opstal
art. 6:174 BW
Bezitter aansprakelijk voor gebrekkige toestand van gebouw of werk
Productaansprakelijkheid
art. 6:185 e.v. BW
Producent aansprakelijk voor gebrekkig product, ook zonder schuld
Wanprestatie versus onrechtmatige daad — vergelijking
Aspect
Wanprestatie (6:74 BW)
Onrechtmatige daad (6:162 BW)
Grondslag
Bestaande overeenkomst
Buitencontractueel — geen overeenkomst nodig
Verzuim vereist?
Ja, behalve bij blijvende onmogelijkheid
Nee
Toerekenbaarheid
Vereist (schuld, wet, verkeersopvattingen)
Vereist (schuld, wet, verkeersopvattingen)
Verjaring
Nakoming: 5 jaar na opeisbaarheid (art. 3:307 BW). Schadevergoeding: 5 jaar na bekendheid met schade en aansprakelijke, max. 20 jaar (art. 3:310 BW). Ontbinding: 5 jaar na ontdekking tekortkoming.
5 jaar na bekendheid schade + dader, max. 20 jaar (art. 3:310 BW)
Relativiteit
Niet apart vereist
Wél apart vereist (art. 6:163 BW)
Belang voor facilitair management
Onrechtmatige daad is praktisch relevant voor de FM'er bij situaties zoals: een bezoeker die uitglijdt op een net gedweilde gang zonder waarschuwingsbord (zorgvuldigheidsnorm), schade aan een huurauto door een ondergeschikte (art. 6:170 BW), een gebrekkig gebouw waardoor letsel ontstaat (art. 6:174 BW) of een datalek waarbij persoonsgegevens uitlekken zonder dat er een contract met de betrokkene bestond. Goede risico-inventarisatie en aansprakelijkheidsverzekeringen (zoals de AVB, de aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven) zijn standaard in het FM-werkveld.