TOETSING · FMTECH01 · 2026-2027

FM Tech: toetsing en beoordeling

FM Tech wordt getoetst met een eindpresentatie van 15 minuten in week 8 en een adviesgesprek van 30 minuten direct daarna. Je groep presenteert een onderbouwd technologieadvies voor de praktijkorganisatie: welke technologieën wel en niet passen, hoe ze waarde creëren en worden ingezet, en welke risico's, ethische aspecten en duurzaamheidsoverwegingen meespelen. Beoordeling gebeurt met een rubric van vijf criteria. Hieronder staat wat er per criterium het verschil maakt, een checklist en de vragen die je kunt verwachten.

Dit is een uitleg in eigen woorden. Bij twijfel gelden de studiehandleiding en het beoordelingsformulier op Brightspace.
🗓️

Vorm, tijden en regels

Cursusinformatie toetsoverzicht, Les 7
OnderdeelTijdWat er gebeurt
Eindpresentatie15 minutenDe groep presenteert het technologieadvies; het bouwt voort op de ingevulde brochure
Adviesgesprek30 minutenDe docenten stellen vragen en bepalen zelf welk groepslid antwoordt; ook de niet-geadviseerde technologieën komen aan bod
Beoordelen en feedback15 minutenDe docenten beoordelen en geven globale feedback
  • Wanneer: week 8, de eerste tentamenweek. Les 7 noemt donderdag 29 oktober.
  • Cijfer: een groepscijfer. Les 7 spreekt van een groepscijfer met individueel component: bij het adviesgesprek kunnen docenten individuele verschillen tussen groepsleden belonen, naar boven of naar beneden.
  • Elk van de vijf rubriconderdelen moet voldoende zijn (hoger dan 5,5). Het eindcijfer is het gewogen gemiddelde van de onderdelen; de weging staat niet in de bronnen (TE VERIFIËREN).
  • Leeruitkomst: LUK 5.2, plannen opstellen die bijdragen aan de doelen van de organisatie en meten of die doelen worden gehaald.
  • Administratie: schrijf je in voor de toets in Osiris, maak in HandIn een beoordeling aan, maak daar een groep aan en voeg de brochure toe.
Omdat de docenten kiezen wie antwoordt, kun je niet volstaan met 'mijn deel'. Iedereen moet het volledige verhaal begrijpen en kunnen uitleggen, ook de technologieën uit workshops die jij niet hebt gegeven en de technologieën die jullie afwijzen. Een zwak individueel antwoord kan je eigen cijfer omlaag halen.
📋

De rubric: vijf criteria in eigen woorden

Beoordelingsformulier, Les 5 en 6, Les 7

De niveaus zijn onvoldoende (lager dan 5,5), voldoende (5,5 tot 8,0) en goed (hoger dan 8). Hieronder per criterium wat de niveaus in gewone taal betekenen.

1 Waardegerichte analyse vanuit organisatiedoelen, stakeholders en facilitaire context

OnvoldoendeVoldoendeGoed
De koppeling met de organisatie en met FM is oppervlakkig, onvolledig of los zand. People, Process en Place komen maar deels aan bod.Het advies is herkenbaar verbonden met organisatiedoelen, facilitaire context en beoogde waarde. De 3P komen grotendeels relevant terug, maar niet overal even scherp.Elke keuze is consequent beredeneerd vanuit organisatiedoelen, de positie van FM en de belangen van stakeholders. De beoogde waarde voor People, Process en Place is scherp en stuurt alle keuzes.
Het verschil tussen voldoende en goed: bij voldoende staat de analyse vooraan en volgt het advies er ongeveer uit. Bij goed kun je bij élke technologie aanwijzen welk organisatiedoel, welk waardedoel en welke stakeholder haar rechtvaardigen. De 3P zijn geen opsomming, maar de maatstaf voor alle keuzes.

2 Onderbouwing van de geadviseerde technologieën

OnvoldoendeVoldoendeGoed
Er is enige onderbouwing, maar die is beperkt, vooral beschrijvend of niet overtuigend gekoppeld aan waardecreatie.De meeste geadviseerde technologieën zijn logisch gekozen en onderbouwd met relevante argumenten over de bijdrage aan organisatie en FM. De redenering is overwegend navolgbaar.De technologieën zijn doelgericht geselecteerd en sterk onderbouwd vanuit hun bijdrage aan de organisatie en de facilitaire organisatie. De redenering is scherp, consistent en duidelijk waarde-gedreven.
Het verschil: voldoende legt uit wat een technologie kan. Goed legt uit waarom juist deze technologie voor juist deze organisatie de meeste waarde levert, consistent met de enquête, de benchmark en de adviesmatrix, en waarom ze beter is dan alternatieven.

3 Onderbouwing van de niet-geadviseerde technologieën en alternatieve situaties

OnvoldoendeVoldoendeGoed
Afgewezen technologieën worden genoemd, maar de afwijzing is mager onderbouwd. De situatie waarin het wel zou werken is vaag, weinig passend of niet facilitair.Voor meerdere afgewezen technologieën is onderbouwd waarom ze nu niet passen, met een plausibele facilitaire situatie waarin ze wel waardevol zijn.Overtuigend duidelijk waarom bepaalde technologieën in deze context niet passen, met per technologie een scherpe, realistische facilitaire situatie waarin ze wél waarde hebben.
Het verschil: voldoende doet het voor meerdere technologieën, goed voor elke afgewezen technologie, en de alternatieve situatie is concreet en facilitair (welk type organisatie, welk proces, welk probleem). Eén standaardzin als 'te duur' voor alles haalt dit niet.

4 Concretisering van de inzet binnen de facilitaire organisatie

OnvoldoendeVoldoendeGoed
Globaal beschreven hoe de technologie wordt ingezet; het gebruik binnen FM is niet concreet of praktisch uitgewerkt.Duidelijk hoe de technologie binnen FM wordt ingezet, met relevante onderdelen, gegevens, stappen of gebruikswijzen. Grotendeels concreet en uitvoerbaar.Zeer concreet en realistisch: hoe de technologie wordt ingezet, welke functionele inhoud of onderdelen nodig zijn en hoe medewerkers de toepassing in de praktijk benutten.
Het verschil: voldoende beschrijft het systeem en de stappen. Goed laat ook zien wat de schoonmaker, de servicedeskmedewerker of de gebruiker er dagelijks mee doet, welke data en onderdelen daarvoor nodig zijn, en hoe je begint (pilot, planning, middelen, randvoorwaarden).

5 Afweging van risico's, uitdagingen, ethiek en duurzaamheid

OnvoldoendeVoldoendeGoed
Deze aspecten worden deels genoemd, maar beperkt uitgewerkt of niet consequent gekoppeld aan de keuze om een technologie wel of niet in te zetten.Relevante risico's, uitdagingen, ethische aspecten en duurzaamheid komen herkenbaar terug in de afweging. De koppeling met het advies is grotendeels logisch.Risico's, uitdagingen, ethiek en duurzaamheid zijn scherp en evenwichtig verwerkt en aantoonbaar meegewogen in de keuze voor alle behandelde technologieën.
Het verschil: voldoende noemt de juiste risico's. Goed laat zien hoe die risico's de adviesstatus hebben bepaald, voor álle behandelde technologieën, dus ook de afgewezen. Evenwichtig betekent: risico's afgewogen tegen de waarde, met maatregelen erbij.
🎤

Wat er in de presentatie moet

Les 1 toetsvorm, Les 7
  1. Kort de organisatie, de doelstellingen, de stakeholders en de facilitaire context.
  2. Welke technologieën toegevoegde waarde kunnen bieden.
  3. Hoe deze technologieën waarde creëren en hoe ze effectief worden ingezet.
  4. De risico's, uitdagingen en ethische implicaties, en de gevolgen voor duurzaamheid.

De kick-off vraagt daarnaast dat je laat zien in hoeverre de technologieën aansluiten bij de organisatiedoelen, wat de relatie is met de rol van FM, welke stakeholders betrokken zijn en wat hun belang is, en welke waarde er ontstaat voor People, Process en Place. Je baseert je argumentatie op data en inzichten uit de afgenomen enquête.

De niet-geadviseerde technologieën staan niet in de opzet van de 15 minuten, maar komen in het adviesgesprek zeker aan bod en hebben een eigen rubriccriterium. Zorg dat je adviesmatrix klaarligt en dat iedereen per afgewezen technologie de reden en de alternatieve situatie kan noemen.

Een opbouw die op de rubric aansluit

  • Organisatie en context: doelen, stakeholders, positie van FM, top drie waardedoelen (criterium 1).
  • Waar staat de organisatie: spinnenweb tegenover de gekozen benchmarkgroep en de belangrijkste conclusie (criterium 1).
  • Het advies in één beeld: de adviesmatrix met per technologie het eindoordeel (criteria 2 en 3).
  • De geadviseerde technologie(ën): waarom deze, welke waarde voor People, Process en Place (criterium 2).
  • Zo werkt het in de praktijk: data, onderdelen, stappen, wie gebruikt het en hoe begin je (criterium 4).
  • Risico's, ethiek en duurzaamheid en hoe die het advies hebben gevormd (criterium 5).
📘

De brochure en de toetsing

Cursusopbouw, Les 5 en 6, Les 7, format brochure

De brochure is een invulbaar technologieadvies voor je opdrachtgever in zes hoofdstukken: inleiding en leeswijzer, adoptiemodel, benchmark Nederland, positionering in de zes lagen, technologieanalyses met adviesmatrix, en conclusie en adviesrichting. Je levert hem in week 7 in, stuurt hem aan het einde van les 7 naar de opdrachtgever en voegt hem toe aan de beoordeling in HandIn.

Les 5 en 6 noemen als oplevering 'ingevulde brochure + eindpresentatie voor de beoordeling', en alles wat je in de brochure onderbouwt komt terug in de presentatie. De rubric zelf heeft geen apart criterium voor de brochure: de vijf criteria gaan over het advies zoals je het presenteert en verdedigt.

Of de brochure een eigen cijfer of eigen eisen heeft, staat niet in de bronnen (TE VERIFIËREN bij de docent). Behandel hem in elk geval als het fundament: docenten kunnen in het adviesgesprek vragen stellen over wat erin staat, zoals de adviesmatrix of de positionering.
✅

Voorbereidingschecklist

Les 5 en 6, Les 7, rubric

Inhoud

  • De organisatie is gepositioneerd in alle zes lagen, met de top drie waardedoelen benoemd per P.
  • Er is een spinnenweb met een verantwoorde vergelijkingsgroep en een conclusie over wat het verschil betekent.
  • Elke technologie heeft de zeven onderdelen uitgewerkt: context, waarde voor doelen, stakeholders, onderbouwing, concretisering, risico's/ethiek/duurzaamheid en adviesstatus.
  • De adviesmatrix is ingevuld op alle zeven criteria en elke technologie heeft een eindoordeel.
  • Bij elke 'voorwaardelijk' staan concrete voorwaarden; bij elke 'niet adviseren' een realistische facilitaire situatie waarin het wel werkt.
  • Voor de geadviseerde technologie is uitgewerkt welke data, onderdelen en stappen nodig zijn en hoe medewerkers ermee werken.
  • Risico's, ethiek en duurzaamheid zijn per technologie gekoppeld aan de adviesstatus, met maatregelen.
  • Inzichten uit de workshops (uitleg, praktijkvoorbeelden, voor- en nadelen) zijn verwerkt.

Presentatie en gesprek

  • De presentatie past in 15 minuten en volgt de vier onderdelen uit les 7.
  • Iedereen kan het hele advies in eigen woorden uitleggen, ook de onderdelen die een ander heeft uitgewerkt.
  • Iedereen kan voor elke afgewezen technologie de reden en de alternatieve situatie noemen.
  • Jullie hebben elkaar overhoord met vragen per rubriccriterium (zie de oefening adviesgesprek).
  • De presentatie is geoefend, inclusief overgangen tussen sprekers.

Administratie

  • Ingeschreven voor de toets in Osiris.
  • Beoordeling aangemaakt in HandIn, groep aangemaakt, brochure toegevoegd.
  • Brochure verstuurd naar de opdrachtgever.
💬

Vragen die je kunt verwachten

Rubric, Les 7

De bronnen geven geen lijst met gespreksvragen, maar de rubric en les 7 maken duidelijk waar het gesprek over gaat. Deze vragen volgen de vijf criteria; in de oefening adviesgesprek staan ze uitgewerkt met modelantwoorden.

CriteriumVoorbeeldvragen
1 Waardegerichte analyseWat zijn de belangrijkste doelen van de organisatie? Op welke P focust ze en waaruit blijkt dat? Met welke groep hebben jullie vergeleken en waarom? Welke stakeholder heeft het meeste belang bij jullie advies?
2 Geadviseerde technologieWaarom deze technologie en niet een andere? Welke technologie zou de organisatie als eerste moeten invoeren en waarom? Hoe past dit bij het adoptievermogen?
3 Niet-geadviseerde technologieWaarom adviseren jullie IoT, robotica of BIM niet? In welke facilitaire situatie zou het wel waarde hebben? Is 'te duur' genoeg?
4 ConcretiseringWelke data heb je nodig? Wat zijn de eerste drie stappen? Hoe merkt een medewerker dat dit is ingevoerd? Wie is eigenaar?
5 Risico's, ethiek, duurzaamheidWelk ethisch dilemma speelt? Hoe hebben jullie privacy meegewogen? Is het advies duurzaam? Welk risico zou jullie advies veranderen?
Een sterk antwoord in het gesprek heeft steeds dezelfde vorm: keuze, reden vanuit de organisatie (doel, waarde, stakeholder), bewijs uit enquête of benchmark, en de afweging met risico's of voorwaarden.