SAMENVATTING · Grit H1 t/m H6 + expert-colleges

Eventmanagement 1: projectmanagement, volledige studiesamenvatting

De stof uit de lessen (Grit H1 t/m H6; voor het tentamen geldt het hele boek) plus projectvaardigheden en de expert-colleges samengevat. Blader via de navigatie of scroll door alle secties.

Toets: 80 meerkeuzevragen (juist/onjuist)  |  Voldoende: minimaal 60 goed  |  Stof: Boek Projectmanagement (Roel Grit) H1–H12 · PowerPoints Theorie · Projectvaardigheden · Expert-colleges

H1 — Het Project

3 soorten werkzaamheden

Improvisatie — ad hoc, geen plan, onzeker resultaat, veel flexibiliteit nodig
Routinematig — herhaaldelijk, vaste procedures, voorspelbaar resultaat
Projectmatig — tussenin, eenmalig, tijdelijk, planmatig in fasen met Plan van Aanpak

Definitie van een project

Definitie Een tijdelijke samenwerking van mensen — uit verschillende vakgebieden — om binnen een vastgestelde tijd een vooraf vastgesteld projectresultaat te bereiken met een vastgesteld budget.
  • Tijdelijk — start (kick-off) en eindpunt
  • Uniek projectresultaat — eenmalig
  • Projectdoel — de reden waarom
  • Opdrachtgever — stelt budget + capaciteit beschikbaar (ook: sponsor)
  • Projectorganisatie — tijdelijk, naast de lijnorganisatie
  • Eigen budget — vooraf geschatte kosten
  • Bewaking voortgang — via planning en rapportages

5 soorten projecten

  • Technisch — nieuwe techniek/product, goed planbaar
  • Sociaal — cultuur-/organisatieverandering
  • Commercieel — geld verdienen, bijv. marktonderzoek
  • Gemengd — combinatie van soorten
  • Evenement — resultaat op vast moment (bijv. festival) ⭐

Traditionele fasering (watervalmodel)

1Initiatief — idee, haalbaarheid onderzoeken → projectvoorstel
2Definitie — eindresultaat vaststellen, eisen & wensen → Plan van Aanpak
3Ontwerp — hoe ziet resultaat eruit? Brainstormen → ontwerprapport
4Voorbereiding — ontwerp realisatiegeschikt maken
5Realisatie — uitvoering, implementatie, conversie
6Nazorg — onderhoud en aanpassingen na oplevering
Doel fasering: aan het eind van elke fase kan de opdrachtgever beslissen: doorgaan / doorgaan met aanpassingen / stoppen

SMART-doelen

  • Specifiek — grondig omschreven
  • Meetbaar — aantoonbaar behaald
  • Aanwijsbaar/Acceptabel — iemand is verantwoordelijk
  • Realistisch — haalbaar en uitvoerbaar
  • Tijdgebonden — met eindtijd

MVO — 4 P's

  • Project — duurzaamheid meenemen in alle plannen
  • People — rekening houden met welzijn, ontwikkeling, werkomstandigheden
  • Planet — natuur & milieu: energie besparen, afval scheiden
  • Profit/Prosperity — duurzame winst op lange termijn

Levenscyclus van een project

Initiatief → fasering → Realisatie → Exploitatie (gebruik) → Nazorg/onderhoud → Stagnatie → nieuw project

H2 — Mensen en Projecten

Lijnorganisatie vs. Projectorganisatie

  • Lijnorganisatie — normale hiërarchie, lijn- en stafafdelingen
  • Stafafdeling — geeft advies/ondersteuning (bijv. P&O, administratie), geen bevelsbevoegdheid
  • Projectorganisatie — staat buiten de lijnorganisatie, tijdelijk
  • Twee-bazen-probleem — projectlid heeft zowel afdelingshoofd als projectleider als leidinggevende

Functies in en om een project

  • Opdrachtgever — stelt doel, budget en opdracht vast; neemt eindbesluit
  • Stuurgroep — beheert meerdere projecten, informatie-uitwisseling, directielid + projectleiders
  • Projectmanager/-leider — eindverantwoordelijk voor resultaat
  • Werkgroepen — voeren deeltaken uit
  • Klankbordgroep — ervaringen uitwisselen

Leiderschap: Taak- vs. Mensgericht

  • Taakgericht — focust op resultaat, kan projectleden overbelasten
  • Mensgericht — focust op team, kan resultaat verloren laten gaan
  • Ideaal = balans tussen beiden
  • Deserteur — noch taak- noch mensgericht; vlucht van verantwoordelijkheden

Besluitvorming in een project

  • Meerderheid van stemmen — meeste stemmen gelden; minderheid kan tegenwerken
  • Consensus — niet gestemd, kost tijd, maar effectief; iedereen kan leven met besluit
  • Unanimiteit — iedereen is het eens
  • Gebrek aan negatieve reacties — voorstel waarop iedereen positief reageert

Brainstormen (H2)

  • Doel: zo veel mogelijk ideeën genereren
  • Spelregel: geen kritiek op andermans ideeën
  • Methoden: brainstorm, delphi, nominaal, mindmapping

Onderhandelen — tips

  • Bereid je voor; bepaal streefresultaat en strategie
  • Focus op resultaat; toon respect
  • Laat je niet onder druk zetten; laat ander in zijn waarde

Teamrollen Belbin (9 rollen) ⭐

🧠 Denkrollen

  • Plant — creatieveling met fantasie, origineel maar slordig
  • Specialist — veel vakkennis, weinig oog voor geheel
  • Monitor — kritisch, nuchter, goed beoordelingsvermogen

⚡ Actierollen

  • Afmaker — perfectionistisch, kwaliteitsbewust, gespannen
  • Bedrijfsman — harde werker, zelf-discipline, niet zo flexibel
  • Vormer — ambitieus, dynamisch, ongeduldig

🤝 Sociale rollen

  • Voorzitter — delegeert, motiveert, niet creatief
  • Groepswerker — diplomatiek, bevordert teamgeest, gevoelig
  • Brononderzoeker — nieuwsgierig, enthousiast, legt contacten
Één persoon kan meerdere rollen vervullen!

Communicatiekruispunt

  • Informeren — eenzijdig (website, nieuwsbrief)
  • Overreden — YouTube, beelden (overtuigen)
  • Dialoog — kennis opdoen via aanvullende kanalen
  • Formeren — actieve samenwerking via Facebook/Yammer

IPMA — Ethiek

  • Houdt zich aan wetten en ethische normen
  • Rekening met ethische grenzen en duurzaamheid
  • Houdt zich aan gangbare regels projectmanagement

H3 — Het Project van Begin tot Eind

Aanleiding tot een project

  • Spontaan (interne/externe signalen)
  • SWOT-analyse → kansen/bedreigingen
  • Periodieke plannen
Management kan signalen: niets doen · oplossen in lijn · projectvoorstel schrijven · direct project starten

Projectstart-up / Kick-off

  • Officieel begin van het project
  • Doel: saamhorigheidsgevoel creëren
  • Haalbaarheidsonderzoek → go/no-go beslissing

Beheersaspecten GOKIT ⭐ (ook: TGKIO; KOFTIG = GOKIT + Facilitair)

⚠️ GOKIT en TGKIO zijn dezelfde 5 aspecten in andere volgorde. KOFTIG voegt een 6e aspect toe: Facilitair.
LetterBeheersaspectWat bewak je?
GGeldFinanciën, kosten, baten
OOrganisatieSamenwerking, teamstructuur
KKwaliteitEisen van opdrachtgever
IInformatieCommunicatie, documentatie
TTijdPlanning, doorlooptijd
FFacilitair (alleen KOFTIG)Faciliteiten, locatie, voorzieningen — Expert BEC

KOFTIG = K, O, F, T, I, G (6 aspecten). GOKIT/TGKIO = 5 aspecten zonder Facilitair.

Risico's van projecten ⭐

Risico = kans × gevolg Risico's bedreigen de beheersaspecten (GOKIT)

4 manieren van risicobeheersing

  • Voorkomen — maatregel zodat risico niet optreedt
  • Verminderen — kans of gevolg verkleinen
  • Overdragen — risico naar anderen schuiven (bijv. verzekering)
  • Accepteren — risico voor lief nemen

Projectmanagementmethoden (overzicht)

  • SDM — voor softwareontwikkeling, strakke fasering (waterval)
  • Scrum — als opdrachtgever niet precies weet wat hij wil; flexibel
  • PRINCE2 — grote projecten in grote organisaties
  • PMW — traditionele fasen, nadruk op beheersing en besluitvorming
  • 6P-methode — synthese, bruikbaar voor kleine en middelgrote projecten
  • PMBok — kennisverzameling, best practices
  • JBF-methode — 'janboerenfluitjes': geen methode, gewoon maar wat doen

Duivelsdriehoek

Tijd – Geld – Kwaliteit staan op gespannen voet met elkaar. Er moet een evenwicht zijn. Als je één aanpast, beïnvloeden de andere twee.

H4 — Planning

Doel van een planning

  • Organiseren van werk van projectmedewerkers
  • Vaststellen totale projecttijd
  • Vaststellen gevolgen van een vertraging
  • Vaststellen kosten van het project

Werkwijze planning opstellen

1Activiteiten uit projectresultaat halen → activiteitentabel
2Doorlooptijd & benodigde werktijd per activiteit toevoegen
3Afhankelijkheden tussen activiteiten aangeven
4Netwerkplanning maken
5Strokenplanning (Gantt-chart) afleiden uit netwerkplanning

Soorten planningen

Netwerkplanning

Toont de afhankelijkheden tussen activiteiten. Laat zien welke activiteiten parallel kunnen en wat het kritische pad is (de langste route = minimale projectduur).

Strokenplanning (Gantt-chart)

Toont activiteiten in een tijdsbalk. Visueel overzicht van wie wat doet wanneer. Wordt afgeleid uit de netwerkplanning.

Begrippen

  • Doorlooptijd — de kalendertijd van start tot eind van een activiteit
  • Werktijd — het aantal uren dat daadwerkelijk aan een activiteit besteed wordt
  • Mijlpaal (milestone) — belangrijk tussenresultaat in de planning

Earned Value Management (EVM) — rekenvoorbeeld

EVM combineert planning, voortgang en kosten in één set kengetallen. Vier basiswaarden:

BegripWat het isFormule
BACBudget at Completion — totaal projectbudgetvooraf vastgesteld
PVPlanned Value — gepland gewerkt budget tot meetmoment% gepland × BAC
EVEarned Value — daadwerkelijk verdiend budget (waarde van wat af is)% gereed × BAC
ACActual Cost — werkelijk gemaakte kosten tot meetmomentdirect meten
// Afwijkingen SV = EV − PV // Schedule Variance — > 0 voor op schema, < 0 vertraging CV = EV − AC // Cost Variance — > 0 onder budget, < 0 over budget // Performance-indices SPI = EV / PV // > 1 op schema, < 1 vertraging CPI = EV / AC // > 1 onder budget, < 1 over budget // Voorspelling eindkosten EAC = BAC / CPI // Estimate at Completion — verwacht eindbudget
Voorbeeld Project van € 100.000 (BAC), looptijd 10 maanden. Na 5 maanden zou er volgens planning 50% af moeten zijn (PV = € 50.000). In werkelijkheid is 40% gereed (EV = € 40.000) en is er € 55.000 uitgegeven (AC = € 55.000).

SV = 40.000 − 50.000 = −10.000 → vertraging
CV = 40.000 − 55.000 = −15.000 → over budget
SPI = 40.000 / 50.000 = 0,80 → 20% achter op schema
CPI = 40.000 / 55.000 = 0,73 → elke euro levert maar € 0,73 aan werk op; het project is zo’n 37% duurder dan gepland (55 / 40 = 1,375)
EAC = 100.000 / 0,73 ≈ € 137.000 → bij dezelfde efficiency loopt het project € 37.000 over budget.

Stakeholdermanagement — power/interest-matrix

Stakeholders zijn alle personen of partijen die invloed hebben op het project of erdoor beïnvloed worden. Plot ze op twee assen: hoeveel macht (kunnen ze beslissingen forceren?) en hoeveel belang (raakt het project hen direct?).

Lage machtHoge macht
Hoog belangInformeren — actief op de hoogte houden, behoud betrokkenheidNauw betrekken (manage closely) — intensief betrekken, sleutelfiguren
Laag belangMonitor — minimale aandacht, alleen bij veranderingTevreden houden — niet onnodig storen, wel risico bewaken

Werkwijze: lijst opstellen → scoren op macht en belang → in matrix plotten → strategie per kwadrant kiezen → herzien per fase, want belang en macht verschuiven door de tijd.

H5 — De P6-Methode

6 stappen van de P6-Methode ⭐

1Opstarten — idee/initiatief, haalbaarheid, projectvoorstel
2Inrichten — projectteam samenstellen, afspraken maken
3Plan van Aanpak — beoogd resultaat en aanpak vaststellen
4Uitvoeren — via uitvoeringsfasen het doel bereiken; TGKIO bewaken
5Opleveren — testen, goedkeuren door opdrachtgever
6Afsluiten — overdracht, financiële afhandeling, evaluatie

Verschil P6 vs. Traditioneel

  • Traditioneel (waterval): Init → Def → Ontwerp → Voorbereiding → Realisatie → Nazorg
  • P6: voegt ontwerp, voorbereiding en realisatie samen tot stap 4 "Uitvoeren"
  • P6 legt extra nadruk op opstarten, inrichten, opleveren en afsluiten

Uitvoeringsfasen (stap 4)

In stap 4 worden per uitvoeringsfase de beheersaspecten TGKIO bewaakt:

  • Bewaak Tijd — tijdsverantwoording, periodieke aanpassingen
  • Bewaak Geld — financiële gegevens monitoren
  • Bewaak Kwaliteit — juiste mensen/middelen, tussenresultaten testen
  • Bewaak Informatie — interne en externe communicatie, archivering
  • Bewaak Organisatie — samenwerking, periodiek vergaderen

6P-methode voor onderzoek

  • Opstarten → onderzoeksvoorstel
  • Inrichten → onderzoeksteam
  • Onderzoeksplan → vragen, grenzen, kosten
  • Uitvoeren → ontwerp (hulpmiddelen), uitvoering, analyse
  • Opleveren → rapport + presentatie
  • Afsluiten → implementatie resultaten

H6 — Maken van een Plan van Aanpak

Wat is een PvA?

Definitie Het contract tussen het projectteam (projectmanager) en de opdrachtgever. Maakt voor iedereen duidelijk wat er gaat gebeuren. Een planning is slechts een onderdeel van het PvA.

Hoofdstukken van het PvA ⭐

1Achtergronden — organisatie, aanleiding, stakeholders
2Projectresultaat — projectdoelstelling (waarom) + beoogd resultaat (wat)
3Projectactiviteiten — alle taken om resultaat te maken
4Projectgrenzen — scope, begin- en einddatum, maximaal budget, randvoorwaarden
5Tussenresultaten — mijlpalen / milestones
6Kwaliteitsbewaking — normen, acceptatietest
7Projectorganisatie — teamsamenstelling, informatiematrix, coördinatie
8Planning — strokenplanning/netwerkplanning
9Kosten-baten — begroting, exploitatiekosten
10Risicoanalyse — interne en externe risico's

Kosten en baten

Soorten kosten

  • Werkuren (via tarieven omgerekend naar geld)
  • Materiaal (verbruikt) vs. Materieel (gehuurd/gebruikt)
  • Uitbesteed werk
  • Rentekosten
  • Onvoorziene uitgaven
  • Exploitatiekosten — kosten ná oplevering

Soorten baten (opbrengsten)

  • Kostenbesparing door efficiënter werken
  • Meer inkomsten / hogere kwaliteit / meer winst
  • Betere service, beter imago
  • Gemotiveerder personeel

Dossiers in een project

  • Projectdossier — organisatie & beheer (PvA, notulen); waarde daalt na project
  • Systeemdossier — inhoud/resultaat (interviewverslagen, adviezen); blijft waardevol

Duivelsdriehoek

Tijd – Geld – Kwaliteit staan op gespannen voet. Aanpassing van één beïnvloedt de andere twee.

H7 — Agile en Scrum

Agile

Definitie Wendbaar, behendig en lenig. Een manier van denken (mindset), parapluterm voor methoden zoals Scrum. Doel: snel en slim inspelen op klantwensen.

Kenmerken agile projecten

  • Werk opgedeeld in kleine eenheden
  • Korte werkcycli (sprints)
  • Vroeg en frequent opleveren
  • Voortdurend testen
  • Samenwerkende teams van klant + ontwikkelaars
  • Goede omgang met verandering
  • Eenvoudige, directe communicatie

5 voordelen van agile

  • Hoge productkwaliteit — testen ingebouwd
  • Hogere klanttevredenheid — klant blijft betrokken
  • Verminderd risico op mislukking — korte cycli
  • Snellere ROI — werkende onderdelen al vroeg
  • Betere projectcontrole — transparantie, regelmatige meetings

Scrum ⭐

Definitie Flexibele methode om (tussen)resultaten te maken in sprints: vaste, korte werkcycli.

3 rollen in Scrum

  • Product Owner — vertegenwoordigt stakeholders; maakt product backlog; bepaalt prioriteiten (enige met deze bevoegdheid)
  • Scrum Master — coach/ondersteuner; zorgt dat proces goed verloopt; wijst GEEN taken toe
  • Scrumteam — zelfsturend, multidisciplinair; pakt zelf taken op
  • Stakeholders zijn geen Scrum-rol; ze komen terug in de user story.

Scrum-begrippen

  • User story — wens van gebruiker: "Als [X] wil ik [Y], om [Z]"
  • Product backlog — geprioriteerde to-dolijst (hele project)
  • Sprint backlog — taken voor één sprint
  • Scrum task board — bord: To Do → Busy → Done
  • Burndown-grafiek — voortgang grafisch

4 Scrum-meetings

  • Sprint Planning — welke user stories in deze sprint?
  • Daily Standup — dagelijks max 15 min; wat af, bezig, blokkades?
  • Sprint Review — demo voor stakeholders, feedback
  • Sprint Retrospective — evaluatie: wat ging goed/beter?

H8 — Projectvergaderingen

Doel van een vergadering

  • Informatieverstrekking
  • Meningsvorming
  • Besluitvorming

Rollen in een vergadering

  • Voorzitter — leidt vergadering, bewaakt agenda en tijd
  • Notulist — legt beslissingen en actiepunten vast; zo snel mogelijk uitwerken
  • Moderator — bij online vergadering, technische kennis
  • Deelnemers

Inhoud agenda

  • Opening / notulen vorige vergadering
  • Ingekomen stukken / mededelingen
  • Agendapunten (inhoud)
  • Actiepunten / rondvraag
  • Sluiting

Effectief vergaderen (PV Week 1)

  • Doel vaststellen; voorzitter + notulist aanwijzen
  • Agenda vooraf delen
  • Tijdsduur en verwachtingen bespreken
  • Iedereen aan het woord laten
  • Tussentijdse checks op begrip
  • Beslispunten overleggen en knopen hakken
  • Actiepunten vastleggen: wie doet wat wanneer?
  • Notulen + actiepuntenlijst na vergadering delen

Wat kan er mis gaan?

  • Eén iemand spreekt te veel
  • Geen duidelijk doel; voorzitter stuurt niet bij
  • Notulist kan hoofd- en bijzaken niet scheiden
  • Actiepunten niet vastgelegd

Online vergaderen

  • Bespaart reistijd; moderator regelt techniek
  • Mogelijkheden: video/bestanden delen, chat, opnemen

H9 — Een Interview Afnemen

2 typen interviews

TypeKenmerkenVoordelenNadelen
GestandaardiseerdVaste vragen, vaste volgordeSystematisch, controleStar gesprek, info blijft achter
VrijAandachtspunten, vrije volgordeOngeremd, prettig voor respondentKost tijd, kans op misverstand
Best: tussenvorm van beide

3 fasen van een interview

1Voorbereiding — doelstellingen bepalen, kandidaat kiezen, vragen opstellen, alvast info opsturen
2Uitvoering — inleiding (jezelf voorstellen, doel uitleggen) → kern (luisteren, doorvragen, kwantificeren) → afsluiting (samenvatten, check)
3Verslaglegging — kopgegevens + zakelijk, gestructureerd verslag; kopie naar geïnterviewde

Tips

  • Overweeg met twee personen: één vraagt, ander schrijft
  • Korte, bondige, eenvoudige vragen
  • Neutraal blijven; doorvragen; kwantificeer (vraag om aantallen)

H10 — Een Rapport Schrijven

Indeling van een rapport ⭐

  • Omslag — titel, datum, auteurs
  • Titelblad — herhaling + aanvullende info
  • Voorwoord — context, schrijver, dankbetuigingen
  • Inhoudsopgave — max. 3 niveaus
  • Samenvatting — aanleiding, probleemstelling, conclusies
  • Inleiding — onderwerp afbakenen, situatieschets, probleemstelling
  • Uitwerking probleemstelling
  • Werkwijze
  • Onderzoek
  • Resultaten & conclusies
  • Aanbevelingen
  • Literatuurlijst + Bijlagen

Veelgemaakte fouten (PV Week 5)

  • Paginanummers vergeten
  • Hoofdstuk begint direct met paragraaf (moet inleiding eerst)
  • Punt niet áchter de bron (APA)
  • Bijlagen aanduiden met cijfers i.p.v. letters
  • Persoonlijke voornaamwoorden gebruiken (ik, je, we)
  • Figuurnummers en tabelnummers ontbreken
  • Literatuurlijst doornummeren

Opbouw inleiding rapport

  • Aanleiding — waarom dit rapport, voor wie?
  • Doel — wat wordt opgeleverd?
  • Werkwijze — hoe globaal aangepakt?
  • Leeswijzer — wat verwacht de lezer per hoofdstuk?

Schrijfstijl

  • Zakelijke stijl — geen ik/je/we/me
  • Correct Nederlands; eenheid van stijl
  • APA voor bronvermelding

H11 — Een Presentatie Houden

Opbouw van een presentatie ⭐

Inleiding

  • Aandacht trekken (anekdote, grap)
  • Jezelf voorstellen, doel en onderwerp
  • Vertellen wat je gaat bespreken
  • Aanpak van vragen uitleggen

Kern

  • Duidelijke structuur (oorzaak/gevolg, tijdvolgorde, vraag/antwoord)
  • PvA kan als uitgangspunt dienen

Afsluiting

  • Samenvatting; conclusies herhalen
  • Uitsmijter (pakkende zin)
  • Gelegenheid voor vragen

Tips voor slides

  • Leesbare teksten, voldoende kleurcontrast
  • Niet te veel informatie per dia
  • Niet te veel dia's; niet te snel wisselen
  • Test apparatuur en leesbaarheid vooraf
  • Zorg voor hand-outs

Tijdens de presentatie

  • Positief uitstralen, zelfverzekerd, goede houding
  • Spreek duidelijk, afwisselend stemgeluid
  • Kijk je publiek aan
  • Houd je aan de tijd
  • Gepaste humor; vermijd stopwoorden

Pitch (PV Week 3)

  • Aantrekkelijke opening
  • Probleem benoemen
  • Oplossing presenteren
  • USP — wat maakt het uniek?
  • Bewijs — onderbouwing
  • Call-to-action — wat wil je van het publiek?
  • Afsluiting

H12 — Een Managementsamenvatting Maken

Wat is het?

Definitie Rapportage achteraf over een uitgevoerd projectonderdeel. Bevat: verantwoording van resultaat, conclusies, aanbevelingen en beslispunten voor het management. Max. 1-2 pagina's (boek: max. 10 pagina's).

Uitgangspunten

  • Houd het kort; direct begrijpelijk voor de manager
  • Leg vooraf doel en opbouw uit
  • Schrijf voor de manager, NIET voor een vakgenoot
  • Geen jargon; to-the-point

Onderdelen van de managementsamenvatting ⭐

  • Titelblad
  • Inhoudsopgave
  • Inleiding (doel, context, probleemstelling, opdrachtgever, periode)
  • Uitgangspunten & werkwijze (aannames, wijzigingen)
  • Samenvatting van het resultaat
  • Verantwoording (producten, kosten, planning vs. realiteit)
  • Planning vervolgtraject + kosten-batenoverzicht
  • Conclusies & aanbevelingen
  • Beslispunten — goedkeuring fase, akkoord volgende fase, continueren/opheffen projectgroep
  • Bijlagen

Projectvaardigheden — Weken 1 t/m 7

Week 2 — Brainstormen

  • Brainstormen — ideeën hardop uitspreken
  • Brainwriting — ideeën stil opschrijven, dan delen (post-its)

Spelregels brainstormen

  • Kwantiteit boven kwaliteit
  • Geen oordeel; geen kritiek
  • Bouw verder op elkaars ideeën
  • Iedereen doet mee
  • Denk vrij (vergeet budget/regels)

Brainstormvormen

  • Omgekeerde brainstorm — hoe maak je het erger? Omdraaien naar oplossing
  • 635-methode — 6 personen, 3 ideeën, blad doorgeven
  • Rollen-brainstorm — dromer, realist, criticus, etc.
  • Ideeënboom — boomstam met kernwoorden, takken met ideeën
  • Inspiratiekaarten — ideeën via foto's/afbeeldingen

3 fasen van brainstormsessie

  1. Brainstorm/Brainwriting — zo veel mogelijk ideeën
  2. Clusteren — wat klopt, valt op?
  3. Focus — beste ideeën uitwerken

Week 3 — Pitchen

  • Aantrekkelijke opening
  • Probleem benoemen
  • Oplossing presenteren
  • USP (uniek element)
  • Bewijs/onderbouwing
  • Call-to-action
  • Afsluiting

Week 6 — Scrum: rollen

  • Product Owner — maakt backlog, prioriteert (enige bevoegde)
  • Scrum Master — coach, lost blokkades op, wijst GEEN taken toe
  • Team — zelfsturend, pakt zelf taken op

Scrum meetings

  • Sprint Planning — wat doen we in sprint?
  • Daily Standup — max 15 min, wat af/bezig/blokkades
  • Review — oplevering aan opdrachtgever
  • Retrospective — wat ging goed/beter?

Week 7 — Managementsamenvatting

  • Max. 1-2 pagina's
  • Schrijf voor de manager (niet voor vakgenoot)
  • Bevat: resultaat, verantwoording, conclusies, aanbevelingen, beslispunten

Teamrollen evenementenproject

  • Projectleider / Projectmanager
  • Financieel manager
  • Secretaris / communicatie
  • Veiligheidscoördinator
  • Food & Beverage manager
  • Marketing & Communicatie
  • Logistiek
  • Hospitality
  • Verkoop / Productie

Week 5 — Rapport: veelgemaakte fouten

  • Persoonlijke voornaamwoorden (ik/je/we)
  • Bijlagen aanduiden met cijfers (moet letters zijn)
  • Punt niet áchter de APA-bron
  • Geen inleiding vóór eerste paragraaf
  • Paginanummers vergeten

Expert-college — Evenementen

Definitie evenement

Verhaar (2022) "Een evenement is een speciale, tijd- en plaatsgebonden gebeurtenis die door een initiatiefnemer (individu, bedrijf of overheid) wordt georganiseerd."
Herlé "Een evenement is een activiteit met een bijzonder karakter waarbij een groep genodigden aanwezig is."

Waarom evenement projectmatig aanpakken?

  • Complex
  • Duidelijk begin- en eindtijd
  • Planning en voortgangsbewaking nodig
  • Samenwerking van meerdere disciplines

Doelen van evenementen

  • Informatieverstrekking — opendag
  • Educatief — symposium, congres, workshop
  • Beleidsvorming — algemene ledenvergadering
  • Commercieel — beurs
  • Ter promotie — productlancering
  • Consumptie — festival, foodtruck

Soorten evenementen

  • Publieksevenementen vs. besloten evenementen
  • Dag-, weekend-, weekevenementen
  • Naar duur, locatie, bereikbaarheid, omvang, toegang, doelgroep

Risico's bij evenementen

  • Financiële risico's
  • Veiligheidsrisico's (openbare orde)
  • Juridische risico's (vergunningen)
  • Weersomstandigheden

Competenties eventmanager

  • Creatief, methodisch, samenwerken
  • Regie houden, inlevingsvermogen
  • Omgaan met weerstand, onderhandelen
  • Financieel inzicht

Expert-college — Recht bij Evenementen

Evenementenrecht

Er bestaat geen apart evenementenrecht. Betrokken rechtsgebieden: publiekrecht + privaatrecht.

Vergunningen

  • Evenementenvergunning (APV — Algemene Plaatselijke Verordening)
  • Afhankelijk van omstandigheden: melding of vergunning
  • Naast evenementenvergunning mogelijk ook: alcoholontheffing, reclamevergunning, wegafzettingsvergunning, milieuvergunning

Aansprakelijkheid

  • Als organisator heb je een zorgplicht
  • Aansprakelijkheid op basis van: kans op schade, ernst van schade, kosten van preventie

Verzekeringen

  • Annuleringsverzekering (weersomstandigheden)
  • WA-verzekering (aansprakelijkheid)

Contracten / Verbintenissenrecht

  • Overeenkomst = aanbod + aanvaarding (art. 6:217 BW)
  • Let op algemene voorwaarden bij contracten met artiesten, toeleveranciers, catering etc.

Muziekrecht ⭐

  • Je mag niet zomaar muziek van anderen draaien (uitzondering: besloten feest)
  • BUMA/STEMRA — beheert auteursrechten van componisten en tekstschrijvers
  • Sena — beheert naburige rechten van uitvoerende artiesten en producenten
  • Oplossing: licentie aanvragen (kost geld, vaak percentage van omzet)

AVG — Promotiebeelden

  • AVG regelt verwerking van persoonsgegevens
  • Foto's/video's van personen voor promotie → toestemming nodig
  • Grondslag: toestemming van de persoon (niet via algemene voorwaarden)

Expert-les — Evenementenmarketing

De 3 E's van eventmarketing

  • Entertainment — wat bied je dat mensen zelf niet hebben?
  • Excitement — waar worden mensen enthousiast van?
  • Enterprise — wat maakt het evenement uniek en vernieuwend?

Marktsegmentatie ⭐

  • Geografisch — regio's, steden, provincies
  • Demografisch — leeftijd, geslacht, inkomen, opleiding
  • Psychografisch — levensstijl, waarden, persoonlijkheid
  • Gedragsmatig — aankoopgedrag, loyaliteit

Marketingdoelstellingen (3-componentenmodel)

  • Cognitief — weten (80% moet van het evenement weten)
  • Affectief — voelen (60% moet positief gevoel hebben)
  • Conatief — doen (40% moet aanmelden)

De 5 P's van evenementenmarketing ⭐

  • Product — wat is de waarde/uniekheid van het evenement?
  • Prijs — wat kost het de doelgroep? (geld + tijd)
  • Plaats — locatie, bereikbaarheid, sfeer, passend?
  • Promotie — hoe bereik je de doelgroep? (PR, advertenties, social media)
  • Proces — hoe wordt de dienst geleverd?

Marketingcommunicatieplan

  • Spanningsboog — mensen zien ~2700 berichten per dag; zorg voor opvallende positionering
  • Crossmedia — zelfde boodschap via meerdere kanalen (social media, posters, mail, flyers)
  • Plan: wat – wanneer – door wie

Compleet marketingplan bevat

  • Doelgroepen · Doelstellingen · Marketingstrategie
  • Marketingconcept · Crossmedia communicatie
  • Communicatieplanning · Budget

Expert-college — BEC: Financiën bij Evenementen

KOFTIG (beheersaspecten evenement) — 6 aspecten

⚠️ KOFTIG = de 5 aspecten van GOKIT/TGKIO + 1 extra: Facilitair. Dus 6 aspecten in totaal, geen 5.
  • Kwaliteit
  • Organisatie
  • Facilitair (extra t.o.v. GOKIT)
  • Tijd
  • Informatie
  • Geld

Vaste vs. variabele kosten

  • Vaste kosten — onafhankelijk van aantal bezoekers (bijv. artiesten, verzekeringen)
  • Variabele kosten — afhankelijk van aantal bezoekers (catering per persoon)

Categorieën kosten bij een evenement

  • 1000 — Locatiekosten
  • 2000 — Promotiekosten
  • 3000 — Technische faciliteiten
  • 4000 — Rand faciliteiten
  • 5000+ — Overige kosten
  • 9000 — Inkomsten/opbrengsten

Inkomsten (baten)

  • Opdrachtgever (subsidie/budget)
  • Kaartverkoop
  • Drank/eten verkoop
  • Sponsoring

Penningmeester — kenmerken (Belbin)

  • Zorgvuldig, houdt van puzzelen, bewaart overzicht
  • Spreekt anderen aan op naleving
  • Belbin-rollen: Monitor + Specialist
Traceerbaarheid: bewaar van ALLE uitgaven het bewijs (bon, factuur). Administratie is essentieel!

Snelreferentie — De Lijstjes die je Moet Kennen

6 Stappen P6-Methode

  1. Opstarten → projectvoorstel
  2. Inrichten → team + afspraken
  3. Plan van Aanpak
  4. Uitvoeren → TGKIO bewaken
  5. Opleveren → testen + acceptatie
  6. Afsluiten → evaluatie, overdracht

Traditionele Fasering

  1. Initiatief
  2. Definitie
  3. Ontwerp
  4. Voorbereiding
  5. Realisatie
  6. Nazorg

SMART

  • Specifiek
  • Meetbaar
  • Aanvaarbaar
  • Realistisch
  • Tijdgebonden

Belbin 9 rollen

Denk:

  • Plant · Specialist · Monitor

Actie:

  • Afmaker · Bedrijfsman · Vormer

Sociaal:

  • Voorzitter · Groepswerker · Brononderzoeker

GOKIT = TGKIO · KOFTIG = + Facilitair

  • G = Geld
  • O = Organisatie
  • K = Kwaliteit
  • I = Informatie
  • T = Tijd

KOFTIG voegt 6e aspect toe: F = Facilitair

4 manieren risicobeheersing

  • Voorkomen
  • Verminderen
  • Overdragen
  • Accepteren

Scrum: 3 rollen

  • Product Owner
  • Scrum Master
  • Scrumteam

Scrum: 4 meetings

  • Sprint Planning
  • Daily Standup (max 15 min)
  • Sprint Review
  • Sprint Retrospective

4 Besluitvorming

  • Meerderheid van stemmen
  • Consensus
  • Unanimiteit
  • Gebrek aan negatieve reacties

MVO — 4 P's

  • Project · People · Planet · Profit

3 E's Eventmarketing

  • Entertainment · Excitement · Enterprise