Schoonmaakbasics, Reinheidsgraden & PvE
Schoonmaakcirkel van Sinner
De 4 Sinner-factoren
- Temperatuur — warmte bevordert werking chemicaliën en lost vet/vuil op
- Arbeid — mechanische kracht (wrijven, schrobben, borstelen)
- Chemie — schoonmaakmiddelen (ontvet, desinfecteert)
- Tijd — inwerktijd van middelen en bewerkingsduur
Overige kwaliteitsfactoren
- Opleiding — "schoonmaken is een vak"
- Voldoen aan actuele richtlijnen en normen
- Gedrag medewerkers en leiding
Reinheidsgraden
| Reinheidsgraad | Toepassingsgebied |
|---|---|
| Microbiologisch schoon | Zorgsector en bereiding van voedsel — hoge hygiëne-eisen, bacteriologisch gecontroleerd |
| Huishoudelijk schoon | Kantoren, leslokalen en vergaderruimtes — standaard schoonmaakpeil |
| Ruw schoon | Opslag, parkeergarages en buitenruimten — basisniveau |
Schoonmaakfrequenties
- Dagelijks onderhoud — reguliere schoonmaak die elke dag plaatsvindt
- Periodiek onderhoud — bijv. 1× per maand (diepschoonmaak, plafonds, verlichtingsarmaturen)
- Jaarlijks onderhoud — grondige reiniging minder frequente ruimtes/elementen
- Specialistisch — bijv. vloeronderhoud, gevelreiniging, asbestverwijdering
Contractvormen schoonmaak
| Contractvorm | Basis | Kenmerken |
|---|---|---|
| Inspanningsgericht | Schoonmaakplan + frequenties en werkzaamheden | Gedetailleerd, objectief, goed controleerbaar. Bruikbaar bij standaard gebruik. Speelt minder in op wisselende bezetting. |
| Resultaatgericht | HOE schoon moet het zijn / welke mate van vervuiling is acceptabel | Schoonmaker beoordeelt zelf en voert geen onnodige taken uit. Afhankelijk van beoordeling schoonmaker (subjectief). |
Programma van Eisen (PvE) schoonmaak
In een PvE specificeer je welke criteria (eisen) en keuzes (wensen) van belang zijn voor schoonmaak binnen jouw organisatie. De volgende elementen zijn bepalend:
- Object / gebouwkenmerken
- Type organisatie
- Doelgroepbeschrijving / eisen en wensen schoonmaak
- Type gebouw
- Functies en inrichting van ruimtes
- Afwerkingsmaterialen vloeren en inrichting
- Gewenst reinigingsniveau / reinheidsgraad
- Te verwachten vervuiling (aard en mate)
- Gebruiksintensiteit / bezettingsgraad
- Gebruikersdiscipline
- Beschikbaar budget
Werkprogramma, Tijdcalculatie & Materialen
Schoonmaakkosten
Schoonmaak werkprogramma
Inhoud werkprogramma
- Planning dagelijkse, periodieke en specialistische werkzaamheden
- Frequentie (afhankelijk van vervuiling en gewenste kwaliteit)
- Taakverdeling (geografisch / specialistisch / combi)
- Verantwoordelijkheden
- Tijdschema
- Soms: kwaliteitscontroles, rapportage, veiligheids- en milieurichtlijnen
Doel werkprogramma (3)
- Basis taakomschrijving / instructie medewerkers
- Vastleggen afspraken met opdrachtgever
- Communicatie naar eindgebruiker
Tijdcalculatie — m² prestatie
- Doel 1: basis voor de kostprijs (uurtarief × benodigde uren)
- Doel 2: nodig voor inzet van het aantal medewerkers en de taakverdeling
Materialen, machines en middelen
Methoden
- Traditionele methode — katoenen moppenkoppen, emmer-en-dweil
- Microvezelsystematiek — microvezel hecht vuil mechanisch, minder chemie nodig, efficiënter
Kleurcodering materialen
- Blauw — interieur
- Rood — sanitair
- Groen — vloer
- Desinfectanten — aparte categorie, geen kleur genoemd
Personele Inzet, Organisatie & Kwaliteitsmetingen
Organisatie schoonmaak — aandachtspunten
- Structuur / organogram schoonmaakorganisatie
- Inzet aantal medewerkers
- Verdeling fulltime / parttime medewerkers
- Leeftijdsopbouw medewerkers
- Inzet leidinggevenden (span of control)
- Taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden
- Verschil eigen beheer vs uitbesteden
- Bereikbaarheid / inzet bij calamiteiten
- Schoonmaak CAO
- Diploma's / opleidingen
Taakverdeling
| Indeling | Uitleg |
|---|---|
| Geografisch | Medewerker verantwoordelijk voor een vaste zone / vloer / afdeling |
| Specialistisch | Medewerker uitsluitend voor één taak (bijv. alleen sanitair of alleen vloeren) |
| Combi | Combinatie van geografisch en specialistisch |
| Zelfsturende teams | Team bepaalt zelf de taakverdeling en verantwoordelijkheden |
Schoonmaaktijden
- Overdag — gelijktijdig met gebruik van het pand; zichtbaar, maar kan hinder geven
- Buiten openingstijden — voor of na kantooruren; geen hinder, maar minder zichtbaar
- Weekendprogramma — diepe schoonmaak op vrijdag-avond of weekend
- Continu / 24-uursdienst — noodzakelijk bij ziekenhuizen, fabrieken, luchthavens
Kwaliteitsmetingen schoonmaak
| Methode | Wat wordt gemeten | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Administratieve controle | Naleving werkprogramma, uren, rapportages | Logboek, contractchecks |
| Visuele kwaliteitscontrole | Zichtbare schoonheid van oppervlakken | DKS / VSR-KMS (Kwaliteits Meetsysteem) |
| Belevingsonderzoek | Hoe gebruikers de schoonmaak ervaren | VSR-KBS (Klant Beleving Survey) |
| Bacteriologisch / microbiologisch | Aanwezigheid bacteriën / ziekteverwekkers | Swab-tests in zorgsector / voedselbereidingsruimten |
Financiële consequenties — kostenelementen
- Personele inzet: aantal uren × uurtarieven (80% van totale kosten)
- Inzet machines, materialen en middelen
- Opleidingskosten
- Dienstkleding
- Kosten kwaliteitsmetingen
Toegevoegde waarde & KSF schoonmaak
- Transparante communicatie met eindgebruikers → tevreden eindgebruikers
- Duidelijke, objectief meetbare contractafspraken (technische + belevingskwaliteit)
- Passend schoonmaakniveau per ruimtesoort
- Deskundigheid van alle schoonmaakmedewerkers
- Efficiënte uitvoering afgestemd op wisselende gebruiksintensiteit
Managementinformatie, Trends & Branche
Managementinformatie (MI) schoonmaak — kwartaalrapportage
- Medewerkerinfo: ingezette uren, ziekteverzuim, verloop, opleidingsstatus
- Kwaliteitsmetingen: uitslag DKS/VSR-KMS en VSR-KBS scores
- Klachten: aantal klachten en afhandelingsstatus
- Planning: periodieke en extra/regie-werkzaamheden
- Technisch: updates mankementen en storingen
- Innovatie: schoonmaaktrends en -ontwikkelingen
Kenmerken schoonmaakbranche
- Niet populair / slecht imago
- Lage status / hoge werkdruk
- Krappe arbeidsmarkt — moeilijk aan medewerkers te komen
- Hoog ziekteverzuim
- Hoog personeelsverloop
- Budget vaak onder druk
- Grote concurrentie met lage marges
Code Verantwoordelijk Marktgedrag
- Ondertekend door: werkgevers, werknemers, opdrachtgevers en rijksoverheid
- Binding: vrijwillig maar breed gedragen convenant
Cateringconcept, PvE, Doelgroepen & 7 P's
Definitie catering
Programma van Eisen (PvE) catering — elementen
- Algemene gegevens — aantal gebruikers, afwezigheidspercentage, ligging restaurant en keuken
- Restauratieve dienst — ontbijt/lunch/diner/nacht, openingstijden
- Assortiment — basis, luxe of premium
- Prijsbeleid — opslag voor luxe/premium
- Gratis verstrekkingen — koffie/thee, melk/suiker, bestek, soep, sauzen
- Uitgiftesysteem — lijnbuffet, freeflow, à la carte
- Verstrekkingswijze — porselein, disposable, biologisch afbreekbaar, bring your own
- Afrekenen — pin, contant, bonnen, zelfscan, creditcard, op rekening
- Afruimen — door gebruiker, cateringpersoneel of regaalwagens
- Uitwerking verstrekkingen — personeel, zelfbediening, automaten
Doelgroepen cateringconcept (8 typen)
- Bedrijfscatering — kantoor- en bedrijfsrestaurants
- Institutionele catering — ziekenhuizen, zorginstellingen
- Onderwijscatering — scholen en universiteiten
- Remote site catering — ver van bewoonde wereld (boorplatform, bouwplaats)
- Transportcatering — vliegtuig, trein, boot
- Party- en eventcatering — evenementen en feesten
- Automaten catering — vending machines
- Leisure catering — pretparken, sportaccommodaties
7 P's van de marketingmix
| P | Toepassing in catering |
|---|---|
| Product | Maaltijden, dranken, assortiment |
| Prijs | Kostprijs, subsidie, onderscheid sociaal/luxe |
| Plaats | Locatie restaurant, looproutes, bereikbaarheid |
| Promotie | Communicatie over aanbod, campagnes, menuboorden |
| Personeel (People) | Gastvrij, deskundig, uniforme uitstraling |
| Proces | Routing, wachttijden, uitgifte, betaalproces |
| Presentatie (Physical evidence) | Inrichting, uitstraling, sfeer van de ruimte |
Uitbesteden vs eigen beheer
Voordelen uitbesteden
- Branchevreemde activiteiten afstoten
- Kwaliteitsverbetering door externe kennis
- Geen belasting eigen afdeling
- Collectieve inkoop / kortingen
- Management ontlast; eenvoudiger budgetbeheer
- Betere kostenbeheersing
- Hogere efficiency
Nadelen uitbesteden
- Kostbaar voor kleine organisaties (<50 medewerkers)
- Emotionele weerstand eigen personeel
- Meer buitenstaanders in het bedrijf
- Afhankelijkheid van derden
- Betaling management fee
- Verlies van kennis en vaardigheden
- Monitoringskosten
Persona's, Routing & Ruimtelijke Indeling
Persona's
Routing
4 logistieke stromen
- Goederenstroom — ingrediënten → uitgifte gereed product
- Serviesstroom — vuil servies → schoon servies (dishwasher circuit)
- Afvalstroom — verwerking etensresten en verpakkingen
- Consumentenstroom — looproute van gasten door het restaurant
Hygiëne-routing
- Schoon / vuil — kruisbesmetting voorkomen
- Rauw / bereid — strikte scheiding in opslag en bereiding
- Warm / koud — temperatuurzones handhaven
- Efficiency — plaatsing (voor)bereidingsruimte t.o.v. apparatuur en looplijnen
Ruimtelijke indeling — 3 stappen
Kengetallen catering
| Kengetal | Norm |
|---|---|
| Bedrijfskeuken | Hooguit 1/3 van de totaal beschikbare ruimte |
| Zitruimte — krap | 1,25 m² per zitplaats |
| Zitruimte — normaal | 1,40 m² per zitplaats |
| Zitruimte — bij bediening | 1,60 m² per zitplaats |
| Niet alle tafels vol bezet | Benodigde zitplaatsen × 120% |
| Kleine locatie | 10 bezoekers = 1 uur personeelsinzet |
| Grote locatie | 12 bezoekers = 1 uur personeelsinzet |
Voedselveiligheid, Wetgeving & Kwaliteit
Wetgeving tijdlijn
Dieet, allergie en intolerantie
| Type | Definitie | Ernst |
|---|---|---|
| Dieet | Voorkeur, keuze, overtuiging of tijdelijke vermijding. Product kan wel gegeten worden, maar iemand kiest dit (tijdelijk) te vermijden. | Keuze / niet medisch |
| Allergie | Lichaam reageert overgevoelig op bepaalde stoffen. Klachten variëren van mild tot ernstig. Kan levensbedreigend zijn (bijv. pinda-allergie). | Medisch — potentieel levensbedreigend |
| Intolerantie | Lichaam verteert een voedingsstof onvoldoende (bijv. lactose-intolerantie). | Medisch — niet levensbedreigend |
Allergenenwetgeving (EU-Verordening 1169/2011)
De 14 wettelijk verplichte allergenen:
- Glutenbevattende granen · schaaldieren · eieren · vis · pinda's · soja · melk (incl. lactose)
- Noten · selderij · mosterd · sesamzaad · sulfiet (> 10 mg/kg) · lupine · weekdieren
- Onverpakt aangeboden: informatie mag schriftelijk (kaart/bord) of mondeling, mits de werkwijze schriftelijk is vastgelegd en aantoonbaar voor de gast.
- Recepturenbeheer: elke wijziging van een recept moet leiden tot herbeoordeling van de allergeneninformatie.
- Kruisbesmetting: ook kans op contact met allergenen vermelden ("kan sporen bevatten van …").
- Toezicht: NVWA controleert; overtreding kan leiden tot waarschuwing, boete of stillegging.
Traceerbaarheid (Verordening 178/2002)
- Lotnummer / batch-code — uniek nummer per productiebatch; bewaren bij bereiding.
- Inkoopadministratie — leverancier, datum, hoeveelheid, lotnummer per inkomende grondstof.
- Recall-procedure — vooraf vastgelegd: wie meldt aan NVWA, hoe wordt de gast geïnformeerd, hoe wordt resterend product geblokkeerd.
- Bewaartermijn — administratie minimaal vier weken na uitgifte (langer bij producten met langere THT).
10 kritische gevaren in het cateringproces
- 1. (Kern)temperatuur producten bij ontvangst
- 2. Verpakking, etikettering, THT-datum, versheid
- 3. Temperatuur producten in opslagruimte
- 4. Kerntemperatuur producten aan einde bereiding
- 5. Temperatuur na assembleren
- 6. Terugkoeltijd en terugkoeltemperatuur
- 7. Kerntemperatuur aan einde regenereren
- 8. Kerntemperatuur tijdens uitgeven
- 9. Duur ongekoeld uitgeven
- 10. Temperatuur na distribueren en serveren
Interne communicatie voedselveiligheid
Uitdaging: medewerkers werken niet altijd tegelijk. Hoe borg je voedselveiligheid zonder iedereen fysiek te zien?
- Voedseldagstickers — datum van bereiding
- Datumstickers — houdbaarheidsdatum
- Bewaarwijzers — instructies voor opslag
- Temperatuurlijsten — koelkasttemperaturen bijhouden
- FIFO-systeem — First In First Out (oudste product eerst gebruiken)
- Teamafspraken — gedragsafspraken rond hygiëne
Kwaliteit en management catering
De realiteit moet altijd gelijk of hoger zijn dan de verwachting van de klant.
- Duidelijke kwaliteitseisen stellen en teamafspraken maken
- Versheid en kwaliteit van producten garanderen
- Gebruik van gecertificeerde leveranciers
- KSF's en KPI's opstellen en waarborgen
- Kwaliteitscontroles (bijv. mysteryguest)
- Proeverijen en klanttevredenheidsonderzoeken
- Gastvrijheidstrainingen en opleiding personeel
- Up-to-date blijven van trends (beurzen, nieuwe technieken)
Prijsbeleid, Kostprijsberekening & Contractvormen
Prijsbeleid
Mogelijke uitgangspunten:
- Inkoop grondstoffen
- Jaarbudget catering
- Onderscheid luxe en sociaal pakket
- Bedrijfssubsidie
- Bedrijfsfilosofie en aard van de branche
Kostprijs berekenen
| Element | Toelichting |
|---|---|
| Ingrediënten | Inkoopprijs van alle grondstoffen voor de maaltijd |
| Toeslag (richtlijn 25%) | Dekking voor personeels-, overhead- en apparatuurkosten. Percentage afhankelijk van type cateringorganisatie. |
| Non-foodkosten (vast bedrag) | Servies, bestek, verpakking, schoonmaak. Indicatie circa €0,25–€0,40 per portie; actualiseer aan de hand van eigen cijfers, want inkoopprijzen verschuiven door inflatie. |
| BTW 9% | Laag BTW-tarief voor voedingsmiddelen |
Contractvormen catering
| Contractvorm | Kenmerken | Risico bij |
|---|---|---|
| Opencalculatiecontract (openboek) | Alle kosten volledig inzichtelijk voor de opdrachtgever | Opdrachtgever |
| (Vaste) aanneemsomcontract | Een vaste prijs voor de hele opdracht of dienst | Opdrachtnemer |
| Prestatiecontract | Draait om resultaten, niet om uren of middelen | Opdrachtnemer |
| Commercieel contract | Leverancier draagt het ondernemersrisico en haalt inkomsten uit verkopen aan gebruikers | Leverancier |
Safety, Security, Arbo & Risicomanagement
Safety vs Security
| Begrip | Definitie | Gericht op |
|---|---|---|
| Safety | Veiligheid tegen fysieke en niet-opzettelijke risico's | Brandveiligheid, Arbo, BHV, interne plannen |
| Security | Beveiliging tegen opzettelijk menselijk handelen gericht op schade aan middelen, informatie of personen | Bewaking, toegangscontrole, cameratoezicht |
Arbo — drie dimensies
Veiligheid
Veilige schoonmaakmiddelen, materialen (machines) en instructies om veilig te werken.
Welzijn
Prettig werkklimaat, aandacht voor medewerkers, uitdagend werk, autonomie geven.
Gezondheid
Instructies over werkhouding, ergonomie bij machines, voorkomen van arbeidsgerelateerde ziekten.
BHV — Bedrijfshulpverlening
- Kerntaak 1: Eerste Hulp Bij Ongelukken (EHBO)
- Kerntaak 2: Brand beperken en bestrijden
- Kerntaak 3: Ontruiming van het gebouw
- Kerntaak 4: Communicatie bij incident (intern en met hulpdiensten)
Risicomanagement — RI&E
Risicomatrix (heatmap) — 4 kwadranten
| Kwadrant | Kans | Schade | Aanpak |
|---|---|---|---|
| Ad 1 | Klein | Hoog | Verzekeren (bijv. brand- en inboedelverzekering) |
| Ad 2 | Groot | Hoog | Vermijden: niet te verzekeren en preventie is niet voldoende |
| Ad 3 | Klein | Laag | Aanvaarden: zelf het (financiële) risico dragen |
| Ad 4 | Groot | Laag | Beveiligen/schade beperken (OBE) |
Belang risicomanagement — 4 redenen
- Toenemende dreiging
- Meer regels — einde gedoogbeleid
- Toenemende impact van imagoschade
- Toenemende financiële gevolgen van incidenten
OBE-Maatregelen, Plantoetsing & Sociale Veiligheid
Sociale (on)veiligheid
Objectief vs subjectief
- Objectief — daadwerkelijke slachtoffers en incidenten
- Subjectief — zorgen of angst rondom slachtofferschap (gevoel van onveiligheid)
3 uitingsvormen
- 1. Persoonsgerichte criminaliteit — schade aan persoon of eigendom
- 2. Overlast — rondhangend gedrag, geluidsoverlast, vandalisme, bedreigingen
- 3. Subjectieve onveiligheid — het gevoel van onveilig zijn zonder concreet incident
Plantoetsingscriteria (8)
Criteria waarmee de veiligheid van een ruimtelijk plan of gebouw wordt beoordeeld:
- Attractiviteit van de omgeving
- Toegankelijkheid / vluchtwegen
- Aantrekkelijkheid van het doelwit
- Aanwezigheid van (potentiële) daders
- Aanwezigheid van sociale ogen (toezicht)
- Betrokkenheid / verantwoordelijkheidsgevoel
- Fysieke kwetsbaarheid van het doelwit
- Zichtbaarheid (van incidenten en van toezicht)
Externe veiligheid
OBE-maatregelen
O — Organisatorisch
- Procedures en protocollen
- Aanwezigheid beveiliging
- Bewustwording medewerkers
- Incidentenregistratie
B — Bouwkundig
- Situering werkplekken
- Hang- en sluitwerk (SKG-keurmerk)
- Meeneembeperkende maatregelen
- Slagbomen, rolluiken, hekwerk
E — Elektrotechnisch
- Alarmsystemen
- Toegangscontrolesystemen
- Camerabewaking
- Brandmeld- en ontruimingssystemen
Maatregel, Eis en PvE security
| Begrip | Definitie |
|---|---|
| Maatregel | Besluit over hoe iets opgelost moet worden |
| Eis | Beschrijft de criteria waaraan een maatregel moet voldoen |
| PvE security | Set van criteria, passend binnen het wettelijk kader, waaraan een maatregel moet voldoen. Maakt vaak deel uit van een omvangrijker PvE (bijv. bij (ver)bouwprojecten) |
BCM, Integrale Veiligheidszorg & Calamiteitenplan
Business Continuity Management (BCM)
- Uitwijkplan — alternatieve locatie of werkwijze bij calamiteit
- Omvat zowel technische als organisatorische maatregelen
Veiligheidsmanagementproces — 8 stappen
K-A-M-V — Integrale veiligheidszorg
K-A-M-V niet geïntegreerd
- Nieuwe risico's in tussengebieden door tegengestelde maatregelen
- Sub-optimalisaties per domein
K-A-M-V geïntegreerd
- Leren van en aansluiten bij andere domeinen
- Voortdurende systematische beheersing en verbetering
- Efficiënt en effectief
- Minder procedures / vereenvoudigd systeemonderhoud
- Minder coördinatielast en eenvoudigere infostromen
Bedrijfsnood- / calamiteitenplan — 6 deelplannen
| # | Deelplan | Inhoud |
|---|---|---|
| 1 | BHV-plan | Kerntaken: EHBO, brand beperken, ontruiming, communicatie. Verplicht voor elke werkgever. |
| 2 | Beveiligings-/securityplan | OBE-maatregelen voor opzettelijk menselijk handelen: bommelding, overval, diefstal, vandalisme, agressie. |
| 3 | Veiligheids-/safetyplan | Maatregelen voor niet-opzettelijke incidenten: Arbo, EHBO, milieu, bedrijfshygiëne, brandveiligheid. |
| 4 | Ontruimings-/evacuatieplan | Wettelijk kader: Bouwverordening + Arbowet. Getoetst door brandweer en arbeidsinspectie. |
| 5 | Aanvalsplan brandweer | Bluswater, brandmeldcentrale, aanrijdroutes, opslag gevaarlijke stoffen. In overleg met brandweer opstellen. |
| 6 | Informatie-securityplan | Preventie fraude (intern), beveiliging bedrijfsgegevens, uitwijkmogelijkheden, herstelplannen, antivirus. |
Cybercrime & Veiligheidscultuur
Cybercrime
Type I — technologisch
Voornamelijk technologisch van aard. Bijv. phishing, identiteits- of datadiefstal, hacking (indeling Gordon & Ford; de les geeft zelf geen voorbeelden).
Type II — menselijke factor
Meer uitgesproken menselijke factor, vaak herhaald contact. Bijv. cyberstalking, afpersing, chantage, bedrijfsspionage.
Overheden en instanties
| Instantie | Niveau | Doelgroep | Taken |
|---|---|---|---|
| EC3 (Europol's European CyberCrime Center) | Europees | Lidstaten EU | Coördinatie opsporing cybercriminaliteit |
| NCSC (Nationaal Cyber Security Centrum) | Nationaal | Rijksoverheid, vitale infrastructuur | Response, weerbaarder maken, samenwerken |
| DTC (Digital Trust Center) | Nationaal | Ondernemers (niet-vitale sectoren) | Bewust worden, kennis overdragen, samenwerken per regio/branche |
Maatregelen cybercrime
- Beveilig pc's, servers en devices (hard- en software up-to-date houden)
- Beveilig draadloos netwerk (WPA2/3, sterke wachtwoorden)
- Maak regelmatig back-ups
- Bewaar back-up veilig (bijv. kluis en off-site)
- Doe aangifte bij cybercrime
- Meld je aan bij het Digital Trust Center (les; sinds 2026 onderdeel van het NCSC)
- Zorg voor structurele en systematische aanpak
- Schakel externe partij in voor ICT-security indien nodig
- Laat een beveiligingsscan uitvoeren
- Breng privacy-risico's in kaart (AVG)
Veiligheidscultuur
| Niveau | Kenmerken | Voorbeelden |
|---|---|---|
| Niveau 1 — zichtbaar / tastbaar | Dingen die je direct kunt zien en meten | Slogans, posters, procedures, persoonlijke beschermingsmiddelen, incidentrapportages, functiebeschrijvingen |
| Niveau 2 — uitgesproken meningen | Wat mensen zeggen over veiligheid | Statements in vergaderingen, rechtvaardigingen vastgelegd in notulen |
| Niveau 3 — impliciet / onzichtbaar | Diepere aannames en overtuigingen; alleen af te leiden via observatie | Onderliggende normen, onuitgesproken verwachtingen over "zo doen wij dat hier" |